Een boze tiener of een eenzame?

eenzame tiener

Hij gaat tegenover me zitten en zakt meteen onderuit, zijn pet ver over zijn donkergrijze ogen getrokken, waardoor maar een klein deel van zijn gezicht zichtbaar voor me is. Als hij ziet dat mijn blik naar de littekens op zijn armen glijdt, trekt hij met een snel gebaar zijn mouwen naar beneden. “Zo, ik ga jou lekker niks van mezelf laten zien, waarvan ik niet wil dat je dat ziet”, hoor ik hem bijna denken.

De sfeer in het kleine, te kleine kamertje voelt benauwend sinds zijn ouders ieder in een hoek van de kamer hebben plaatsgenomen. Van elkaar afgewend, maar omdat hun zoon er tussen zit, ook afgewend van de jongen die tegenover me zich zo klein en onzichtbaar mogelijk probeert te maken. Het verdriet, de boosheid én de onmacht zijn voelbaar, bij hem, maar zeker ook bij zijn ouders. Het liefst zou ik één van de ouders vragen te wachten in de wachtkamer, om deze klamme stemming te doorbreken, maar hoe dan? Welke ouder heeft het meeste recht zijn kind bij te staan in dit gesprek? Juridisch gezien hebben ouders met gezag beiden evenveel recht daartoe. Ik wil de jongen zelf ook niet laten kiezen, en eerlijk gezegd vraag ik me af, of deze ouders sowieso niet teveel opgaan in hun eigen emoties, om überhaupt oog te hebben voor wat hun zoon nu van hen nodig heeft.

Maar hoe ga ik in hemelsnaam een positieve draai aan een gesprek geven, waarin ik deze jongen moet gaan onderhouden over het feit dat hij spijbelt van school, en zijn schoolresultaten achterblijven bij zijn capaciteiten? Wie ben ik om daar iets van te vinden? Zelf weet ik maar al te goed hoe lastig het is om je focus te blijven houden op de dingen die écht belangrijk zijn, die je vooruit kunnen helpen in het leven, als je niet lekker in je vel zit. Iedere inspanning lijkt dan al snel teveel, en motivatie is vaak ver te zoeken. Wie ben ik om te oordelen? Oordelen doe ik sowieso niet meer, al een paar jaar niet meer.  Mijn werkgever wil echter wel dat ik iets vind van het feit dat de leerplichtambtenaar een procesverbaal heeft opgemaakt voor deze jongen. Schoolverzuim is één van de beste voorspellers van een aanloop naar een criminele carrière, en moet daarom worden aangepakt. Een eerdere interventie via Bureau Halt heeft niet geleid tot vermindering van het schoolverzuim, daarom zou een taakstraf nu een logisch vervolg zijn. Logisch??

“Begin nou maar gewoon met wat je te zeggen hebt”, bromt hij nors, “dan kunnen we hier allemaal zo snel mogelijk weer weg! Je zal vast een standaardverhaaltje hebben voorbereid,  iets wat je tegen alle jongeren die hier komen vertelt, dus schiet maar op, dan hebben we dat ook weer gehad. Je moet echt niet denken dat je belangrijk bent ofzo!”

Een aantal jaar geleden zou ik me hierdoor aangevallen hebben gevoeld, een tiener die verdacht wordt van een strafbaar feit, die mij aanspoort voort te maken? Op zijn minst zou ik de jongen hebben voorgehouden dat hij me met “u” aan diende te spreken, zoals dat hoort, als je op gesprek moet komen bij het Openbaar Ministerie.

Vandaag niet, vandaag zie en hoor ik de vraag en de behoefte achter het onbeleefde en ongeduldige gedrag van deze jongen. Een jongen die gevangen zit tussen zijn strijdende ouders. Ouders, die zo weinig mogelijk meer met elkaar te maken willen hebben. Ouders die niet met elkaar op één lijn kunnen komen qua opvoeding, en het niet onder stoelen of banken steken, dat ze dat ook helemaal niet meer willen. Ouders, die alleen samen in deze ruimte zitten, omdat ze zijn opgeroepen door justitie. Ouders die nog zo vol in hun eigen pijn en frustratie zitten over het mislukken van hun huwelijk, dat ze geen oog meer hebben voor hun zoon, die dreigt te verzuipen in zijn eigen verdriet. Het thuis dat hij altijd kende, is niet meer, en verzoening tussen zijn ouders is mijlenver weg.

Ik besluit het gesprek op een andere manier te beginnen dan ik van plan was. Want ja, een beetje gelijk heeft hij wel. Natuurlijk heb ik een standaardriedeltje, daar ontkom je niet aan bij dit soort gesprekken. Ik glimlach naar hem, en zeg dat hij een intelligente jongen is. Slim om te bedenken dat een gesprek over schoolverzuim binnen 5 minuten zou kunnen zijn afgerond. Maar heeft hij er dan ook aan gedacht dat hij dan met een taakstraf naar buiten loopt, een schop na? Zou hij dat eerlijk vinden? Nu raak ik een gevoelige snaar, wat natuurlijk stiekem mijn bedoeling was.

“Natuurlijk is dat niet eerlijk, de wereld is gewoon niet eerlijk”, roept hij naar me, terwijl hij verontwaardigd recht overeind op zijn stoel gaat zitten. “Fijn”, denk ik, “nu kan ik eindelijk zien wie ik tegenover me heb.” “Niemand lijkt zich te interesseren voor hoe ik me voel en hoe het met mij gaat, iedereen is alleen maar met zichzelf bezig, en met alle regeltjes die ik, ondanks alles gewoon moet naleven! Op school krijg ik alleen maar te horen dat mijn motivatie zo slecht is, en dat er veel meer in me zit, maar dat ik te lui ben om dat te laten zien. De waarom-vraag, die wordt niet gesteld!! En als ik dan thuiskom met een rapport vol slechte punten, dan roept m’n pa alleen maar dat ik net zo’n slappeling ben als m’n ma, met een totaal gebrek aan discipline. Denk je dat ik daar harder van ga werken? En op het moment dat ik het gesprek aan wil gaan met m’n moeder, omdat ik best wel baal van het feit dat het op school steeds slechter gaat, zegt zij, dat ik geen ruggengraat heb, net zoals pa. Je kunt me blijven straffen, maar ruggengraat of discipline krijg ik daar niet van..”, foetert hij.

Zijn vader en moeder kijken elkaar nog steeds niet aan, maar draaien steeds verder van elkaar weg in de bedompte ruimte. “Zo”, zucht ik, “lucht dat op?” “Nee, niet echt, nou ja, een beetje”, haspelt hij ongemakkelijk. Ineens lijkt hij zich te beseffen dat hij zijn stoere, ongenaakbare masker wel heel snel heeft laten vallen.

Omdat ik de emotie op de gezichten van zijn ouders moeilijker kan peilen, besluit ik me tot hen te wenden. “Wat zou er volgens u met uw zoon moeten gebeuren?”, vraag ik hen beurtelings. Hun antwoord blijft ergens in de ruimte zweven.

“Ik zal zeggen wat ik vind dat er met deze zaak moet gebeuren”, doorbreek ik de ongemakkelijke stilte. “Uw zoon heeft mij zojuist laten zien, dat hij precies weet wat hij nodig heeft om zijn leven weer een positieve draai te kunnen geven. Dat zelfinzicht is vele malen belangrijker dan welke straf of interventie dan ook. Daarom wil ik volstaan met een waarschuwing, zodat hij zich vanaf nu op het bouwen van een positieve toekomst kan gaan richten. Maar dat kan hij niet alleen, daar heeft hij jullie hulp bij nodig. Jullie eigen frustraties en irritaties over elkaar mogen niet langer de boventoon voeren, want jullie zoon heeft liefdevolle aandacht én begrenzing nodig. Die kunnen jullie alleen geven als jullie in gaan zien, dat jullie nog steeds deel uitmaken van een gezinssysteem, en op deze manier altijd met elkaar verbonden zullen zijn, vanwege jullie zoon. Het verbreken van jullie relatie staat los van jullie band als ouders. Het is belangrijk dat jullie zoon die band weer mag gaan voelen.”

Voor het eerst in dit gesprek kijken ouders me aan. Grote ogen, verwonderd, maar ik bespeur ook een lichte irritatie. Wie ben ik immers om iets van hun ouderschap te vinden? Ik werk toch alleen maar voor het Openbaar Ministerie, en alleen hun zoon had toch iets misdaan? Beste ouders, mijn blik reikt verder dan die van het OM, mijn blik ziet, dat jullie, school, én het systeem te weinig oog hebben gehad voor de vraag en de behoefte achter het ongewenste gedrag van jullie zoon. Het (h)erkennen van die vragen en behoeftes is zoveel belangrijker dan het handhaven van welke regel dan ook.

Het is mij niet toegestaan in dit gesprek aan ouders een leerstraf op te leggen, zoals ik dat bij jongeren wel kan doen. De ouders zijn immers geen verdachten. Ik kan hen alleen adviseren professionele hulp te zoeken bij de verwerking van hun emoties, en dat doe ik dan ook. Controle uitoefenen of ze mijn adviezen ter harte nemen, kan ik niet. Het is jammer, dat ik waarschijnlijk nooit zal horen, hoe het verder gaat met deze jongen en zijn ouders. Ik kan alleen maar hopen dat mijn woorden verschil hebben gemaakt.

Deze blog is geheel gebaseerd op een fictieve casus. Toch spreek ik wekelijks jongeren én hun ouders, die in vergelijkbare situaties verkeren. Ook de reacties van jongeren en ouders, zoals hierboven beschreven, zijn me niet vreemd. Mijn ervaringen bij het OM maken, dat ik niet anders kan, dan kinderen, jongeren én hun ouders coachen, simpelweg omdat het zó hard nodig is.