5 tips om te werken aan meer verbinding in jouw gezin

connect-20333_1920

Verbinding

Je ziet het op veel plekken op mijn website. Maar wat betekent het eigenlijk? “Verbinding?” Het internet geeft hierin niet veel duidelijkheid. Het in contact zijn met iets of iemand, is verbinding, volgens Van Dale. Dat zou betekenen, dat contact voldoende is om nabijheid te ervaren, en verbonden te zijn.

Lees snel verder, als je wilt weten waarom verbinding voor mij veel verder gaat dan alleen het hebben van contact. Ook geef ik je praktische tips, die je kunt gebruiken om de verbinding in jouw gezin te vergroten.

Deze week vroeg ik aan een gescheiden vader, die een grote afstand tot zijn tienerdochter ervaart, hoe hij wilde opvoeden, vanuit macht of vanuit verbinding. De man is erg strikt, als het aankomt op het naleven van regels, wat regelmatig tot conflicten leidt met zijn dochter. De man keek me niet begrijpend aan. “Maak het eens concreet voor me”, vroeg hij me. “Natuurlijk is het logisch dat ik de baas ben in huis, maar ik zou zo graag meer contact willen met mijn dochter, en nu is het alsof ze wegdrijft bij me. Hoe meer ik de verbinding zoek, hoe meer afstand ze houdt. Dus ja, ik wil opvoeden vanuit verbinding, maar heb geen idee wat ik daarvoor moet doen. Kun jij me daarbij helpen?”

Een ander gezin wat ik begeleid, waarvan ouders al langere tijd gescheiden zijn, blijft het lastig vinden om te communiceren, zonder in strijd terecht te komen. Beide ouders zien dat ze door hun twee dochters voor altijd met elkaar verbonden zijn, en belang hebben om met elkaar te kunnen overleggen, en toch lukt het hen niet. Er is wel communicatie, maar echte verbinding komt niet tot stand. Nu hun dochter ervoor heeft gekozen, liever in een pleeggezin te willen wonen, dan bij één van de ouders, zit vader met de handen in het haar. “Als ik ervoor had kunnen zorgen dat de verbinding behouden was gebleven, dan had het zover niet hoeven komen.”

Inmiddels heb ik alle ingrediënten in handen, om gezinnen hierin handvatten te geven, maar dat is wel eens anders geweest.

Zoektocht naar verbinding

Toen ik een aantal jaar geleden besloot dat ik een opleiding wilde gaan volgen om mezelf verder te ontwikkelen, was ik naarstig op zoek naar verbinding. De verbinding in mijn relatie was op dat moment ver te zoeken, omdat mijn vriend een depressie had. Hij zonderde zich af in zijn eigen donkere wereldje. We leefden samen in een huis, en hadden daardoor regelmatig contact, maar verbinding, die voelde ik niet (meer). Er gingen maanden voorbij waarbij ik het gevoel had, dat het hem niet uitmaakte of ik wel of niet thuis was. We waren samen, en tegelijkertijd was hij verder weg dan ooit.

In mijn toenmalige baan bij het Openbaar Ministerie merkte ik, dat ik de verbinding met jongeren die ik sprak, vaak miste. Het kwam regelmatig voor, dat een kind gedurende het hele gesprek strak naar de grond bleef kijken, en weigerde om me aan te kijken. Dat frustreerde me, want niets is zo vervelend dan een boodschap over willen brengen, en geen respons daarop te krijgen. Als ik er toch eens voor zou kunnen zorgen, dat iedereen naar MIJ zou willen luisteren!

Het volgen van de opleiding tot kindercoach leerde me veel. Al nadat ik twee lesdagen had gevolgd, werd ik door advocaten op mijn werk gecomplimenteerd met mijn manier van communiceren. Ze konden er niet precies de vinger op leggen wat er was veranderd, maar ouders voelden zich tijdens gesprekken gezien en gehoord, kinderen liepen met opgeheven hoofd de deur uit, en het straffen stond niet langer op nummer één. Eén advocaat hield me zelfs voor, dat dit niet bij het OM paste, maar wel was, wat de maatschappij hard nodig had. Er kwam eindelijk verbinding tot stand!

Zo eenvoudig als ik het nu beschrijf, was het natuurlijk niet. Om de ingang tot een gesprek te kunnen vinden, moest ik eerst naar binnen bij mezelf. Het eerste wat ik namelijk los moest laten, om verbinding tot stand te kunnen brengen, was het idee dat MIJN boodschap, en datgene wat IK te vertellen had, belangrijk was.

Oprechte interesse en nieuwsgierigheid

Om verbinding tot stand te kunnen brengen, moet je een oprechte interesse en nieuwsgierigheid aan de dag kunnen leggen, in wat de ander beweegt. Ik ben nieuwsgierig van aard, en de verhalen die kinderen, jongeren en volwassenen me vertellen, boeien me vaak mateloos, dus voor mij was dit niet zo moeilijk. Oprechte interesse en nieuwsgierigheid betekent ook, dat je geïnteresseerd bent, in minder aantrekkelijke kanten van de ander. Als jouw kind boos is, en alleen nog kan schoppen, gillen en schreeuwen, kan het tonen van oprechte interesse hoe het met de ander gaat, best ingewikkeld zijn!

Loslaten van oordelen en meningen

Om oprechte interesse te tonen, is het belangrijk dat je je eigen oordelen en meningen even parkeert, of ze zelf terzijde durft te schuiven. Jouw idee over wat “goed” of “fout” is, kan namelijk totaal anders zijn dan dat van de ander. Pas als je oordeelloos kunt luisteren, lukt het om je te verplaatsen in de ander. Dat wordt lastiger, als je vast zit in bepaalde aannames en denkpatronen. De vader, over ik wie ik eerder schreef, maakt zich grote zorgen over het welzijn van zijn dochter. Hij weet dat ze, ondanks haar jeugdige leeftijd, rookt, wel eens drugs heeft gebruikt, en ook een glas alcohol niet schuwt. Vorig jaar was er sprake van schoolverzuim, en haar cijfers op school lagen voorgaande jaren veel hoger dan nu. Terechte zorgen, waaruit de betrokkenheid van vader over het welzijn van zijn kleine meisje blijkt. Echter, vader is van oordeel dat zijn mening, dat zijn dochter zich dient te onthouden van sigaretten, alcohol en drugs, DE waarheid is. De wet verbiedt immers het gebruik van alcohol, sigaretten en drugs niet voor niets onder de 18. Zijn mening wordt ondersteund door de wet, en dat zorgt ervoor, dat vader niet eens toe komt aan de vraag, WAAROM zijn dochter gebruik maakt van middelen die haar verdoven.
Oordeelloos luisteren, is luisteren naar het verhaal van de ander, ook al druist dat lijnrecht in tegen al jouw eigen principes.

Luisteren

Om verbinding tot stand te brengen, verklaar je je bereid om je in de ander te verdiepen. Dat betekent daarmee ook, dat je luistert naar de ander! Onderbreek de ander dus niet in zijn verhaal, maar luister gewoon aandachtig. Vaak zijn we maar al te snel geneigd, om datgene wat een ander je vertelt, te willen doorspekken met je eigen gedachten en ervaringen. Luisteren is ontzettend moeilijk. Zeker als de verhoudingen tussen jou, en degene met wie je verbinding wil, getroubleerd zijn, zoals in het gezin waarin al jaren sprake is van een vechtscheiding. Je kunt namelijk wel HOREN wat de ander zegt, maar dat hoeft niet altijd te betekenen dat je ook naar de ander LUISTERT. Luisteren naar de ander, betekent ook, dat je je niet laat afleiden door andere dingen, als de ander aan het woord is. Laat je mobiele telefoon dus zeker buiten handbereik!
Probeer voor jezelf eens uit, hoe lang je een ander aan het woord kunt laten, en naar de ander kunt luisteren, zonder de ander te willen onderbreken.

Benoem het als de ander zich afsluit

Als je de eerste drie punten in de praktijk hebt weten te brengen, wat soms echt niet zo eenvoudig is, is er nog iets, wat kan verhinderen, dat verbinding tot stand komt. Verbinding komt alleen tot stand, als de ander zich daarvoor open durft of wil stellen. Soms kan er eerder al zo veel wrijving zijn ontstaan, dat de ander helemaal geen zin meer heeft om met je te communiceren. Het meisje, dat liever in een pleeggezin gaat wonen, vertelde me dat ze geen zin heeft om haar vader uit te leggen, waarom ze niet meer bij hem wil wonen. Als haar vader “zelf zou kunnen nadenken”, dan kon hij vast wel bedenken, waar en wanneer het was misgegaan. Vader schikt zich op zulke momenten naar de wens van zijn dochter. Waarschijnlijk, omdat hij niet de strijd met haar aan wil gaan. Maar wat zou er gebeuren, als hij zou benoemen naar zijn dochter, dat hij ziet dat ze zich steeds verder van hem afsluit? Mogelijk raakt hij dan een gevoelige snaar, wat een opening kan geven tot verbinding.

Leer te kijken naar de boodschap achter lastig of ongewenst gedrag

In plaats van als ouders te blijven strijden over de onoverbrugbare verschillen die er zijn in een vechtscheiding, zou je je kunnen proberen te verplaatsen in de reden van achter het boze of verdrietige gedrag van de ander. Dit kan lastig zijn, als je zelf onderdeel bent van de pijn. Wil je als ouder de verbinding met je kind hervinden? Dan kan een reflectieve houding naar jezelf, en een oprechte interesse naar de oorsprong van het lastige of ongewenste gedrag, zeker helpend zijn.

Merk je, na het lezen van dit artikel, dat verbinding creëren en/of hervinden nog erg abstract voor je blijft? Dan help ik je graag om de boodschap van je kind, of je partner voor je te ontcijferen! Ik kom graag met je in contact.

Valkuilen en uitdagingen voor hooggevoelige personen en wat je eraan kunt doen

slip-up-709045_960_720

Een bewogen levensverhaal

Een paar weken geleden gaf ik een lezing over hooggevoelige kinderen in een wijkgebouw in Eindhoven. In dit gebouw worden cursussen gegeven, en komen ’s avonds ook therapiegroepen bij elkaar. De ruimte die voor mijn presentatie was gereserveerd, wordt normaliter gebruikt door een therapiegroep voor ex-verslaafden.

Ik raakte meteen met één van de leden in gesprek. Hij twijfelde of hij aan zou sluiten bij zijn vaste groep die avond, of dat hij in plaats daarvan mijn lezing bij zou wonen. Als ervaringsdeskundige zou hij daarin vast veel (h)erkenning vinden, dacht hij. Voordat ik met mijn ogen kon knipperen, vertelde hij me zijn levensverhaal. Hij vertelde, hoe hij als kind zich altijd “anders” had gevoeld, omdat hij qua intelligentie ver voorliep op de rest van de klas. Soms zag, hoorde, of voelde hij dingen, die anderen niet zagen.

Ruimte voor erkenning van zijn gevoeligheid en zijn daarmee gepaarde gaande talenten was er niet, omdat hij opgroeide in een onveilige thuissituatie, met een afwezige vader, en een moeder die de ene na de andere “foute” man in huis haalde. Op zijn twaalfde dronk hij zijn eerste fles alcohol in één avond leeg. Met roken was hij al begonnen op zijn negende. Nadat hij voor het eerst kennis had gemaakt met de verdovende werking van alcohol, werd zijn zucht naar het vinden van andere manieren om verdoofd te raken, en niet meer zo veel te hoeven voelen, alleen maar groter. Een cannabisverslaving mondde als snel uit in een cocaïneverslaving, en op zijn vijftiende rookte hij voor het eerst crack.

Het was een lange weg geweest, maar hij was er terecht trots op, dat hij op zijn 38e een manier had gevonden om uit het patroon van voortdurende verdoving te breken. Hij was nu 2 jaar clean. Hij wilde dat er zijn kindertijd meer aandacht en hulp was geweest voor zijn behoeften als hooggevoelig kind.

Hij kreeg steeds meer handvatten in handen kreeg om om te gaan met zijn gevoeligheid. Hij had gewerkt aan de stukken waarin hij in zijn kindertijd niet was gezien en gekend. Zijn trauma’s had hij opgeruimd. Daardoor werd de drang om verdoofd te zijn, en maar niet meer te voelen, steeds minder. Voor het eerst kon hij langzaam maar zeker weer genieten van zijn rijke gevoelsleven.

De man besloot uiteindelijk om toch naar zijn therapiegroep te gaan, toen hij zag hoeveel mensen er op mijn lezing waren afgekomen. Het voelde te overweldigend, te kwetsbaar, om zich tussen deze veelal zeer betrokken ouders, te voegen. Het zou hem teveel herinneren aan datgene wat hij altijd had gemist.

Maar wat een cadeau dat hij met mij meteen de verbinding voelde, en zijn bewogen levensverhaal met mij wilde delen. En wat een enorme kracht heeft deze man getoond, door uit een voor hem uitzichtloze situatie te stappen. Voor mensen zoals deze man, wil ik het verschil maken.

Moet er dan altijd sprake zijn van zware problematiek? Integendeel.

Veel problemen zijn te voorkomen met de juiste hulp en ondersteuning! Het is mijn missie, om te voorkomen dat je veel moeilijkheden en obstakels moet overwinnen, om een evenwichtig leven te leiden als hooggevoelig persoon.

Veel van wat deze man mij vertelde, vind je terug in de GRATIS video-cursus: “in 7 dagen meer grip op hooggevoeligheid”, die start op maandag 31 oktober. Verschillende gastexperts werken hier aan mee.

In 7 dagen meer grip op hooggevoeligheid

Jolijn Hendriks, schrijfster van de boeken “Puur hooggevoelig” en “Puur lichter leven”, vertelt over hoe je als hooggevoelig kind of volwassene, kunt gaan splitsen als je een ingrijpende ervaring meemaakt. Je leeft dan nog slechts vanuit je hoofd, en raakt afgesneden van je gevoel. Of je gaat, zoals de man in dit verhaal, bewust op zoek naar manieren om je gevoelens te verdoven.

Janneke de Jong, coach en fysiotherapeut, legt uit, dat door het missen van contact met je lichaam, aanhoudende lichamelijke klachten kunnen ontstaan. Ik vertel over wat trauma met je lichaam kan doen, en waarom hooggevoelige mensen vatbaarder zijn voor het ontwikkelen van trauma.

Is er dan alleen maar zwaarte in de video’s en deze challenge? Allesbehalve dat! In alle video’s worden praktische tips gegeven hoe je zwaarte kunt loslaten, en meer in contact kunt komen met je gevoel.

Anne Fermont legt je uit hoe je aan grenzen en weerbaarheid kunt werken bij hooggevoelige kinderen. Carola Munster vertelt, hoe het visueel maken van situaties ontzettend helpend kan zijn voor beelddenkende kinderen en volwassenen, ook als het om zware thema’s gaat. Marian Buijs neemt je mee de natuur in, en Gertina Bakker vertelt over hoogbegaafdheid. Niet ieder hooggevoelig kind is hoogbegaafd.Hoogbegaafdheid gaat wel altijd samen met hooggevoeligheid.

In een week tijd krijg je een compleet beeld over hooggevoeligheid, maar vooral wat je kunt doen, om het niet als last te ervaren.

Maar er is méér: in de besloten facebookgroep krijg je alle ruimte om me jouw vragen te stellen. En in de facebook live-uitzendingen in deze groep, deel ik exclusief bonusmateriaal met je.

Ervaar jij hooggevoeligheid vooral als last, en wil je graag lichter leven? Schrijf je dan nu in voor de challenge, en zorg voor een positieve wending in jouw levensverhaal!

In 7 dagen meer grip op hooggevoeligheid

Hoe blijf je in verbinding met jezelf en anderen?

family-1466262_960_720

Op mijn website staat mijn missie groots omschreven: “ik wil ouders en kinderen elkaar beter leren begrijpen, zodat de verbinding in het gezin behouden blijft.” Om als ouder de (soms verborgen) boodschappen van je kind te leren begrijpen, is het in de eerste plaats belangrijk, in contact te zijn met jezelf. Je kunt pas in verbinding komen met anderen, als je in verbinding bent met jezelf. In contact zijn met jezelf is vaak de grootste uitdaging voor hooggevoelige personen.

Hooggevoelige personen zijn van nature geneigd zichzelf weg te cijferen ten koste van anderen, omdat zorgen voor anderen, en streven naar harmonie een soort tweede natuur is. Als ouder van een druk gezin ben je geneigd steeds het belang van je kinderen voorop stellen, ook als dat ten koste gaat van je eigen behoeften.

Ploetermoeder in plaats van relaxmama

Als je je kinderen de hele dag niet gezien hebt, omdat ze op school zaten of BSO, wil je hen maar wat graag de aandacht geven die ze verdienen. Maar hoe doe je dat als je zelf een drukke dag op kantoor achter de rug hebt, het eten nog moet worden klaargemaakt, en je ’s avonds nog afspraken hebt? Dan zit jouw emmertje immers ook al behoorlijk vol. Het is dan lastig om je nog open te stellen voor de behoeften en noden van anderen. En toch doen we het bijna allemaal, ook als dat betekent, dat jouw eigen grenzen daarmee worden overschreden. Je wilt het immers allemaal zo graag goed doen.

Maar wat als je daarmee jezelf en je naasten benadeelt? Als je je steeds maar schikt naar de wensen en verlangens van anderen, raak je steeds verder van jezelf verwijderd, en is het steeds lastiger om te voelen wat goed voor JOU is. Ook zal je waarschijnlijk ervaren, dat de voldoening en verbinding die je graag wilt bereiken, uitblijven, maar dat het voelt als ploeteren of aanmodderen. In plaats van blijheid, zal je steeds vaker op weerstand stuiten bij je kinderen. Jouw kinderen, voelen immers maar al te goed, dat je teveel ballen tegelijk in de lucht aan het houden bent, en daarmee dus niet in verbinding kunt zijn. Op het moment zelf voelt dat waarschijnlijk niet zo voor je.

Hooggevoeligheid nader verklaard

Om te begrijpen wat ik hiermee bedoel, is het goed om te snappen hoe het werkt in je lijf als je hooggevoelig bent.
Iedereen heeft, hooggevoelig of niet, een werkgeheugen in zijn hoofd, een beetje zoals de harde schijf van een computer. Als er veel informatie binnenkomt, raakt het werkgeheugen al snel overbelast. Een computer gaat dan foutmeldingen geven en weigert op een gegeven moment. De signalen die je lichaam afgeeft als je werkgeheugen volloopt, zijn vaak moeilijker te herkennen. De signalen beginnen namelijk erg subtiel.

Bij niet-hooggevoelige personen filtert het werkgeheugen zelf wat belangrijk is om te onthouden of op te slaan, en wat niet hoeft te worden opgenomen. Zo kan het gebeuren, dat je drie keer aan je partner moet vragen of hij nog koffie wil, als hij voetbal zit te kijken. Hij hoort je echt niet, simpelweg omdat het filter om zijn werkgeheugen aangeeft, dat de voetbalwedstrijd nu even belangrijker is.

Als hooggevoelig persoon heb je geen filter om je werkgeheugen zitten, waardoor alle prikkels ongehinderd binnen kunnen komen. Je ziet, ruikt, hoort, proeft, en voelt ALLES om je heen, inclusief gevoelens en emoties van anderen. Je zenuwstelsel kan, door het ontbreken van een filter, niet selecteren, welke prikkels belangrijk zijn, en welke niet. Deze prikkels worden allemaal opgeslagen in je werkgeheugen, waar het al snel een enorme warboel van indrukken en gevoelens wordt. Het werkheugen van hooggevoelige personen staat dus voortdurend onder verhoogde druk.

Fasen van overprikkeling

Annek Tol beschrijft dit in haar boek “Hoogsensitiviteit professioneel gezien – sensitiviteit als verklaring onder psych(osomat)ische klachten” erg helder aan de hand van haar cirkel van overprikkeling. Er zijn verschillende fasen in de cirkel van overprikkeling. Fase 0 is de fase van relaxatie, of ontspanning. Voor hooggevoelige personen is het, in het kader van dagelijks herstel, erg belangrijk om deze fase aan het eind van de dag steeds weer terug te komen in de fase van ontspanning.

De realiteit is vaak anders, en maakt dat veel personen steeds verder komen op de cirkel van overprikkeling. Fase 1 is hoort bij de dagelijkse prikkels die je op je bordje hebt bij normale omstandigheden. Onder normale omstandigheden horen ook werk of school, en dan kun je je voorstellen dat de dagelijkse prikkels voor hooggevoelige personen al best heel veel zijn. In fase 2 bereik je meer overprikkeling bij extra belasting zoals een feestje, presentatie, deadline, hevige emoties, eigenlijk alle extra prikkels die wekelijks wel een keer voorkomen. In fase 3 ervaar je periodiek meer overprikkeling door bijvoorbeeld ziekte, een nieuwe baan, zwangerschap, maar ook een verhuizing, of bij kinderen, verandering van school. Als je vanuit hier terug kunt komen in fase 0, de fase van ontspanning, kan het zijn, dat je ook fase 4 bereikt. Dit is de fase van lange termijn overprikkeling bij langdurige belasting door bijvoorbeeld relatieproblemen, scheiding of werkloosheid. Voor dit soort problemen raak je vatbaarder, als je onvoldoende aandacht schenkt aan ontspanning.

Signalen van overprikkeling

In haar boek beschrijft Annek Tol vervolgens welke lichamelijke klachten passen bij welke fase van overprikkeling. Als ik hiernaar kijk met klanten in mijn praktijk, schrikken ze vaak, wat fase 1, de dagelijkse prikkels al teweeg kan brengen. Enkele klachten die bij deze fase horen zijn: duizelig, buikpijn, spanning, knoop in de maag, opgetrokken schouders, concentratieverlies, dagdromen, kortaf, weinig geduld, irritatie en vermoeidheid. Klinkt dat bekend voor je?

De klachten worden heviger en ernstiger van aard, naarmate je verder komt in de cirkel van overprikkeling, met mogelijk chronische klachten, als fybromyalgie, CVS en hart- en vaatziekten tot gevolg in fase 4. Bij fase 3 horen klachten als depressie en burn-out, klachten die je graag zou willen voorkomen. En toch, toch blijven we vaak maar doorgaan, tegen beter weten in.

Waarom we blijven doorploeteren

Wat maakt nu dat we de signalen van ons lichaam zo lang negeren, en maar blijven doorhollen? Enerzijds heeft het te maken met de angst om niet geliefd te zijn. Houden mijn kinderen en mijn partner nog wel van me, als ik een keer “nee, nu even niet”, zeg? Het is echt een denkfout dat je door voor jezelf te kiezen, anderen achterstelt of afwijst. Onder de angst om anderen af te wijzen, ligt altijd een diepere angst, namelijk de angst om zelf afgewezen te worden.

Een andere belangrijke factor is het feit dat het lichaamsbewustzijn bij veel hooggevoelige personen verstoord is. Ieder mens heeft de natuurlijke neiging om pijn of ongemak buiten te willen sluiten. Ga maar eens na: hoe snel grijp je naar aspirine of paracetamol als je hoofdpijn hebt? Als je lichaam elke dag letterlijk volloopt met prikkels, en je onvoldoende handvatten beheerst om die prikkels ook weer af te voeren, kan je lijf een onaangename plek worden om in te verblijven. Hooggevoelige kinderen en volwassenen vluchten dan vaak naar hun hoofd, en raken zo steeds verder afgesneden van hun lichaam.

Praktische tips

Wat kun je doen om de signalen van je lichaam sneller te herkennen, zodat je weet wanneer het tijd is voor ontspanning? Deze oefeningen kun je zelf doen, maar zijn ook fijn om samen met je kind te doen!

1. Doe elke dag oefeningen om te aarden. Als je “vlucht” naar je hoofd, ben je onvoldoende geaard. Sta je letterlijk met beide benen op de grond, dan is het makkelijker om te luisteren en te voelen wat jouw lichaam je wil vertellen. Een fijne oefening om dagelijks te doen voor een snelle gronding, is je voor te stellen dat je een boom bent. Ga zo stevig staan als een boom, en stel je dan voor dat er vanuit je voeten wortels diep de aarde in schieten. De wortels zijn stevig, lang en kronkelig. Om de boom boven de grond zoveel mogelijk stevigheid te geven, schieten de wortels steeds dieper de aarde in, totdat ze zich uiteindelijk om een steen of iets anders wat houvast geeft, kronkelen. Als je dit voor jezelf visualiseert, zal je merken, dat je je al snel steviger voelt. Bij kinderen test ik altijd even, of de oefening voor hen werkt, door ze een duwtje te geven. Als je goed geaard bent, laat je je niet zomaar omver duwen!

2. Probeer eens een week bij te houden, welke ongemakken je door de dag heen ervaart. Staan deze in het lijstje van de cirkel van overprikkeling? Dan zijn dit vast signalen dat “je emmertje” aan het vollopen is, en dat het tijd is voor ontspanning.

3. Neem minimaal 3 x per dag ruimte voor een minuutje adempauze. Zelfs ouders met kleine kinderen, zullen wel ergens ruimte kunnen vinden voor slechts een minuutje bewust ademen. Als je gespannen bent, is je adem als vanzelf hoger en sneller. Door een minuutje per keer, je aandacht te verleggen naar het ademen vanuit je buik, kalmeer je jezelf en komt er ruimte voor contact met je lichaam. Leg je handen op je buik, en adem rustig in en uit. Als je een diepe buikadem hebt, wat de bedoeling is van deze oefening, dan voel je je handen op en neer gaan op je buik, als de golven van de zee. Doe je deze oefening liggend, dan voel je nog beter het effect! Kinderen kunnen een knuffel of een steentje op hun buik leggen, om die te laten bewegen op hun buik. Als je rustig ademt, zal de knuffel niet van de buik afglijden.

4. Trek op een inademing je schouders op, zo hoog als je kunt, tot boven je oren en hou dit even vast. Het mag heel ongemakkelijk voelen! Op een uitademing laat je je schouders met een zucht weer zakken. Sta even stil bij de ontspanning die je nu voelt. Geeft dit ruimte? Herhaal deze oefening zo vaak als prettig voor je voelt. Als deze oefening je ruimte geeft, is het een duidelijk teken, dat je emmertje vol aan het raken is.

5. Probeer meer te luisteren naar wat JIJ NU nodig hebt. Roept heel je systeem dat je even geen tijd en ruimte hebt, om naar de belevenissen van je kind te luisteren, of om de vuile was op te ruimen? Geef daar dan gehoor aan. Nee zeggen, hoeft geen afwijzing te betekenen. Door nee te zeggen, ben je congruent in datgene wat je zegt en voelt, waardoor je kind jouw nee ook eerder zal accepteren. Als je eerlijk bent naar jezelf en anderen, ben je namelijk altijd in verbinding, en dat is wat je wilt!
Voel je nee, maar doe je het vervolgens toch, dan zullen er eerder conflicten ontstaan, maar daarover vertel ik je in een ander blog meer.

Wil je meer handvatten om in contact te blijven met je eigen behoeften en die van je kinderen? Ik help je graag!

Waarom de controle loslaten voor hooggevoelige personen moeilijk en onmisbaar is

frog-1109792_960_720
“Weet je zeker dat dit erbij hoort, en dat er niks ergers met me aan de hand is? Kan ik niet beter naar een psychiater gaan om me helemaal binnenstebuiten te laten keren? Want als dit hooggevoeligheid is, dan blijf ik steeds in hetzelfde kringetje ronddraaien, en steeds tegen dezelfde problemen aanlopen.”
“Een beetje bijzonder zijn is soms best fijn, maar dat ik steeds weer opnieuw van alles moet doen om me veilig te voelen, is best gek. En ik wil niet gek zijn! Denk je dat er meer kinderen zijn zoals ik, die steeds van alles moeten herhalen? “

Zomaar een paar opmerkingen van klanten die ik hoor in mijn praktijk. Het kan heel vervelend en frusterend zijn als je niet begrijpt waarom je zo uitgeput bent, en toch niet kan stoppen, of als je hoofd steeds dingen tegen je zegt die je moet doen, terwijl je ze liever niet zou willen doen. Veel van die handelingen komen voort uit overprikkeling.

Leven vanuit je hoofd

Veel hooggevoelige kinderen en volwassenen,- vooral diegenen die hun gevoeligheid nog niet als kracht ervaren-, leven vanuit hun hoofd. Ze hebben weinig contact meer met de rest van hun lichaam, en kunnen daarom slecht aanvoelen wat ze nodig hebben om zich beter te voelen. Hun gevoel zit als het ware weggestopt.

Karin Janssen legt het in haar boek “Kinderen bewust (op)voeden”, heel helder uit.
” Een kind dat overprikkeld raakt, vindt het niet fijn om al die ballast in zijn lichaam te ervaren. Zijn lichaam voelt zwaar en niet zuiver aan. Er zijn kinderen die aanraking dan niet eens fijn vinden. Het voelen van de begrenzing van hun huid maakt dat ze tegelijkertijd ook al dat afval, die overbodige prikkels, moeten voelen. Het voelt niet veilig in een lichaam vol “rotzooi”. Als reactie hierop gaan kinderen (maar volwassenen vaak ook) met hun energetisch lichaam boven hun fysieke lichaam uitstijgen. Kinderen vertonen dan vaak “droomgedrag”: ze vluchten letterlijk naar boven, om de rest maar even niet meer te voelen.”

Sommige kinderen blijven hangen in een droomwereld, maar naarmate de fantasie van een kind of volwassene minder ontwikkeld is, blijven sommigen ook hangen in hun ratio, hun hoofd. In beide gevallen hebben hooggevoelige personen moeite om hun lichaam en begrenzing goed te voelen, en zijn ze niet goed geaard.
Als je blijft “hangen in je hoofd”, in je ratio put je jezelf vaak nog verder uit, terwijl je hoofd nu juist al zo vol zit met prikkels. Je hebt het idee dat je de grip aan het verliezen bent, en daarom ga je je vaak krampachtig focussen op één ding. Focussen wordt dan een manier om jezelf te staande te houden in een wereld vol met prikkels en om voor jezelf (ogenschijnlijk) een veilige plek te creëren.

Angst om de controle te verliezen

Volgens Albert Sonnevelt, oprichter van Sonnevelt Opleidingen, komt ieder mens ter wereld met twee grote angsten. De angst om niet geliefd te zijn, en de angst om de controle te verliezen. Als je je dus maar blijft focussen op één ding, dan kun je dat controleren, en daarmee één van je grootste angsten de baas blijven.

Controle als (schijn)veiligheid

De kinderen en volwassenen die ik zie in mijn praktijk blijven vaak krampachtig vast houden aan datgene waarvan ze denken dat het hen veiligheid biedt, ook al is het tegengestelde waar. Volwassenen willen vaak maar door blijven gaan, en anderen werk uit handen nemen, ook al kunnen ze zichzelf nauwelijks meer staande houden.
Bij kinderen uit de drang naar controle zich vaak op een andere manier. Er zijn kinderen die zichzelf pijn gaan doen, door bijvoorbeeld met hun hoofd tegen de muur te bonken. Omdat ze alleen nog de pijn in hoofd voelen, hoeven ze even niet bezig te zijn, met hoe vol de rest van hun lichaam is. Maar ook dwanghandelingen kunnen een manier zijn om grip te houden. Als je bijvoorbeeld op een dwangmatige manier ervoor zorgt dat je slaapkamer licht- en geluidsdicht is, dan kan het daar niet aan liggen als je niet goed kunt slapen. Dat een dergelijk ritueel soms uren in beslag kan nemen, waardoor slapen steeds lastiger wordt, zien deze kinderen niet meer.
En toch hoef je om uit deze spiraal te komen, de controle niet volledig los te laten. Het enige wat nodig is, is je hoofd niet langer “in control” te laten zijn, maar weer te leren luisteren naar je lichaam. Je zorgt ervoor dat je lichaam de controle over gaat nemen. En dat kan best lastig zijn, als je zo afgesneden bent van je lichaam.

Luisteren naar je lichaam

Ook ik, als coach, die weet hoe het werkt, heb soms moeite me niet teveel te laten afleiden door mijn hoofd.
Een paar weken geleden nam ik een belangrijke beslissing, één die was ingegeven vanuit mijn ziel, mijn hart. Op de dag dat ik de beslissing nam, om mijn vaste baan bij het OM los te laten, en me volledig te gaan focussen op mijn coachpraktijk, had ik niet méér in contact met mezelf, en beter geaard kunnen zijn. Ik luisterde naar mijn innerlijke stem, en deed iets waarvan mijn hart ging zingen.

Maar een dag later, was ik dat contact al weer helemaal kwijt. De twijfel sloeg toe. Waarom zou ik al mijn zekerheden opgeven, zeker als mijn omgeving daar best wel moeite mee had? En wat als het niet zou lukken om alle geweldige plannen die op stapel stonden, uit te voeren? Zou ik het mezelf en mijn dierbaren dan niet ontzettend moeilijk maken? Alle prikkels uit mijn omgeving, en vooral de negatieve, bleven aan me plakken. Je raadt het al, binnen een week was de hard roepende stem in mijn binnenste verworden tot slechts een fluistering, en leefde ik weer voornamelijk vanuit mijn hoofd. Bezig met financiën, bezig om krampachtig controle te houden.

Gelukkig heb ik een lijf, wat altijd duidelijk tot me spreekt. Mijn lijf laat met lichamelijke klachten vaak eerder aan me zien dat ik op een verkeerd spoor zit, dan dat mijn hoofd dat kan beredeneren. En dus schoot mijn lichaam volledig in een kramp. Precies zoals ik het in mijn hoofd ervaarde.
Een diepgaande yin-yogales bij “De nieuwe yogaschool” in Amsterdam brak me weer open. In yin-yoga hou je relatief eenvoudige houdingen een aantal minuten aan, met als effect, dat ze diep inwerken op je bindweefsel, maar ook op onderliggende emoties. Ik worstelde tijdens de les enorm, om mezelf in houdingen te forceren, die helemaal niet zo eenvoudig bleken. De blokkades die mijn lichaam aangaf, probeerde ik te negeren. Bijna iedereen in de les lukte het om deze houding aan te nemen, dus ik moest dat, met mijn langdurende yoga-ervaring zeker kunnen. Wat was ik ver afgescheiden van mijn lichaam!

De yogateacher hielp me in een andere houding, die minder pijnlijk was, maar nog steeds moeite kostte. En toen zei ze iets, waardoor ik weer van denken naar voelen kon schakelen. Ze hield ons voor, dat luisteren naar je lichaam het belangrijkste is wat je kunt doen. Door steeds voorbij te gaan aan haar eigen grenzen, omdat ze controle wilde houden, had ze een chronische knieblessure opgelopen door de yoga. En dat terwijl yoga helend hoort te zijn, en zeker niet moet leiden tot blessures.
Ze nodigde me uit te voelen wat mijn lichaam me probeerde te vertellen. Dikke tranen rolden inmiddels over mijn wangen, tranen van angst, tranen van onzekerheid, van ingehouden pijn, maar bovenal van dankbaarheid. Dankbaarheid, omdat mijn lichaam me wederom de weg naar binnen wist te wijzen. En datgene wat vanuit je binnenste tot je spreekt, klopt altijd. Je moet er alleen naar willen luisteren.

Contact met je lichaam

Hieronder deel ik een aantal tips die kunnen helpen om weer contact te krijgen met je lichaam!
1. Focus op je adem. Je adem is je anker om weer in contact te komen met je lichaam. Als je bent afgesneden van je lichaam, kan het best lastig zijn om je adem weer terug te vinden. Hoe dieper je gaat ademhalen, hoe meer je moet voelen. En als je helemaal vol zit, en overprikkeld bent, wil je liever niet meer voelen. Een oppervlakkige buikadem of zelfs een borstadem, zorgt ervoor dat je nog verder van jezelf verwijderd raakt. Er wordt namelijk minder zuurstof via de longen opgenomen. Als er minder zuurstof in het lichaam is, gaan alle organen minder goed functioneren. Een ander gevolg van een oppervlakkige ademhaling is dat de longen minder afvalstoffen utscheiden waardoor verzuring optreedt. Zowel voor kinderen als volwassenen zijn er verschillende oefeningen die je op een makkelijke manier weer contact laten maken met je adem. Door deze oefeningen regelmatig te doen, kun je je adem weer verdiepen naar een buikadem, een gezonde manier van ademen. Tevens zal je ervaren dat je adem een kalmerend effect heeft, en je tot rust kan brengen, ook als dat betekent dat je moet voelen.

2. Doe yoga. Het is niet voor niets dat ik regelmatig lichaamsgerichte oefeningen uit de (kinder)yoga in de coaching integreer. Yoga leert je op een zachte, speelse manier te luisteren naar wat je lichaam nodig heeft. Als je overprikkeld raakt of bent, is yoga een heerlijke manier om weer tot rust te komen. Elke maandagavond geniet ik weer als ik de kinderen uit mijn yogaklasje letterlijk zie “zakken” in hun lichaam, naarmate de les vordert.

3. Richt je aandacht op het HIER en NU. Als je vanuit je hoofd leeft, ben je vaak voortdurend bezig met alles wat er straks, over een uur, morgen of zelfs volgende week nog moet of zal gaan gebeuren. Maar de toekomst kun je niet controleren. Je hebt alleen controle over hoe je je nu voelt. Door met je aandacht in het NU te blijven, is er ook minder ruimte voor al die controlerende gedachten in je hoofd. Ook mindfulnessoefeningen maken om die reden een belangrijk onderdeel uit van coachingstrajecten bij de Waterspiegel.

4. Mediteer. Door je aandacht naar binnen te richten, en oprechte interesse te tonen in wat je daar aantreft, kun je vaak tot verrassende ontdekkingen komen.

5. Masseer. Onderga een massage, of geef je kind een ontspannende massage voor het slapengaan. Een voetmassage zorgt er zeker voor dat je kind zich weer gegrond gaat voelen. Massage is bovendien een geweldige manier om verbinding te voelen voor kinderen. Niet zo vreemd dat de massagespelletjes favoriet onderdeel zijn in de kinderyogales.

6. Ga naar buiten, de natuur in. De natuur is een prikkelarme omgeving, die het makkelijker maakt om met je aandacht in het HIER en NU te blijven. De natuur nodigt je bovendien steeds uit om te vertragen, en mee te gaan in het ritme.

Als je langdurig overprikkeld bent, en je ver verwijderd bent geraakt van je lichaam, is het lastig om deze tips in je eentje toe te passen. Bij kinderen zullen sommige oefeningen in eerste instantie vaak zelfs weerstand oproepen. Heb jij, of je kind hulp nodig om contact te maken met jezelf? Neem contact op!

Wat je kunt doen als je kind niet wil gaan slapen

person-1205140_960_720

Een collega van me was hevig ontdaan omdat haar dochter haar man een tik in het gezicht had gegeven, toen ze niet wilde gaan slapen. Ze vroeg me om raad.
Een duidelijk teken van ongewenst gedrag! Mijn collega vond het lastig om te bedenken, welke onvervulde behoefte of vraag achter dit gedrag schuil zou kunnen gaan. Toen we dat samen ontrafelden, besloot ik dat het tijd werd voor een nieuwe blog, omdat waarschijnlijk veel meer ouders hiermee worstelen.
Dit artikel staat vol tips om anders om te gaan met strubbelingen rondom het slapengaan van jouw kind, en vooral ook hoe je de verbinding kunt behouden met je kind. Lees dus snel verder!

Behoefte aan verbinding

Veel kinderen hebben overdag weinig contact met hun ouders, omdat ze op school zitten, ouders aan het werk zijn, ze bij vriendjes of vriendinnetjes gaan spelen, of op de BSO zitten. Ieder kind heeft het nodig om verbinding te ervaren. Als je je even in het perspectief van je kind verplaatst, is het misschien helemaal niet zo vreemd dat er steeds “gedoe” of “geklier” is rondom het avondritueel. Negatieve aandacht is immers ook aandacht. Eigenlijk geeft je kind alleen maar aan, dat het nog even langer wil genieten van de aandacht van papa of mama.
Stel je eens voor: je bent kind, en je hebt je ouders de hele dag niet gezien. Jullie hebben wel samen gegeten, maar dat ging gehaast, omdat je oudere broertje naar voetbaltraining moest. Terwijl papa je broertje wegbracht, ging mama de keuken opruimen. Jij keek nog wat tv, maar had liever één op één-tijd met papa of mama gehad. En dan komt al het tijdstip dat je naar bed moet.

Veel kinderen vinden het lastig om onder woorden te brengen wat ze echt graag willen (en volwassenen trouwens ook). Reageren op datgene wat je niet wil, is veel makkelijker, en daarmee ontstaat dan vaak het getreuzel in de badkamer.
Probeer je, de volgende keer als er weer eens “gedoe” is, dus eerst eens even te verplaatsen in het perspectief van je kind, en ruim in het avondritueel voldoende ruimte in voor verbinding.

Ben je geneigd om tegen je kind te zeggen als het niet opschiet met tandenpoetsen, dat het dan ook geen verhaaltje meer krijgt voorgelezen? Probeer het volgende keer eens anders: “Hoe langer je doet over het tandenpoetsen, hoe minder tijd er overblijft voor het lezen van een verhaaltje.” Klinkt heel anders, en daarmee laat je je kind voelen dat jij het ook fijn vindt om samen nog even een verhaaltje te lezen.

Spanning en monsters

Naar bed gaan en alleen in een kamer achterblijven, is voor veel kinderen ontzettend spannend. Papa en mama zijn dan misschien wel gewoon beneden, maar hebben de deur dicht en de televisie aan, dus die gaan het echt niet horen als jij in je slaapkamer ineens overvallen wordt door monsters!
Monsters onder het bed, en bang zijn voor enge geluiden is echt niet alleen voorbehouden aan kinderen in de kleuterleeftijd. Sommige kinderen kunnen tot vlak voor de puberteit blijven hangen in magisch denken, met de daarbij behorende angsten. Zelf ben ik nog steeds geen held als ik alleen thuis ben.
Zo stond ik een paar jaar geleden gewapend met de hockeystick van mijn vriend klaar om een zogenaamde inbreker de hersens in te slaan, terwijl de katten op nachtelijk avontuur waren geweest, en zij verantwoordelijk waren voor de herrie die ik beneden hoorde…

Een meisje in mijn praktijk vertelde laatst dat ze zich er een beetje voor schaamde dat ze lang was blijven geloven in niet bestaande monsters. Ze hield altijd haar benen krampachtig in bed, omdat ze er vast van overtuigd was dat er twee groene mannetjes met een soepkom onder haar bed zaten, die iedere kans aan zouden grijpen om haar in die soepkom te sleuren en op te eten. Ze is 11 en vond het ontzettend kinderachtig van zichzelf, maar als het eenmaal donker was, kon ze die gedachten toch niet van zich afzetten. Pas toen ze grote schoonmaak onder haar bed had gehouden en gezien had hoe vol het daar lag, had ze zich kunnen troosten met de gedachte dat er simpelweg geen plek was voor groene mannetjes, laat staan voor soepkommen. En toch, als ze dan alleen in bed ligt, en geluiden die ze niet kan plaatsen, dan slaat toch soms de twijfel weer toe.

Is jouw kind ook bang voor monsters onder het bed, en wil je graag iets doen om de verbinding tussen jou en je kind te verstevigen?

Kruip dan eens in de huid van je kind en ga mee op monsterjacht! Waar nuchtere vaders misschien geneigd zijn om kinderangsten weg te wuiven, doen ze vast wel mee, als je papa vraagt om mee te gaan op spokenjacht. Laat je kind samen met papa een machine ontwerpen die spoken kan verdelgen, zoals bij de Ghostbusters! Grote kans dat jouw man vooraan staat in een ectoplasma-werende outfit!

Je kunt ook samen met je kind een schild maken, wat helpt om monsters of kwade geesten op afstand te houden. Bedenk samen met je kind waar monsters, of kwade geesten echt op af zouden knappen, en verzin beelden waarbij je kind zich fijn en veilig voelt. Samen ga je op zoek naar plaatjes die daarbij passen. Je knipt, plakt, tekent of schildert deze op een schildersdoek (de Action heeft veel verschillende formaten en diktes), en hangt het schild boven het bed van je kind, of op de deur, als je kind alle engerds buiten de deur wil houden.

Door je kind te erkennen in zijn angsten, zal de verbinding tussen jou en je kind zeker verstevigd worden.

Mijn kind ziet of hoort geesten, wat nu?

Toch zijn er ook kinderen die na het verdelgen van de monsters, of maken van beschermende schilden, vol blijven houden dat ze niet kunnen slapen, omdat ze een aanwezigheid voelen. Vooral hooggevoelige kinderen zijn gevoelig voor energieën die we niet altijd met het blote oog kunnen waarnemen. Het feit dat jij niets ziet, hoort of voelt, hoeft zeker niet te betekenen dat je kind het verzint, om het moment van slapen gaan nog even uit te stellen!
Energie kan namelijk lang in huis blijven hangen. Misschien herken je het wel, dat als je ruzie hebt gehad met je partner, bepaalde ruimtes in huis even minder fijn aan kunnen voelen, simpelweg omdat de negatieve energie van de ruzie nog aanwezig is. Het kan zijn dat je kind last heeft een dergelijke energie, maar het kan zelfs om energie van vorige bewoners gaan.

Je kunt de slaapkamer, maar liever nog het hele huis energetisch reinigen als je kind blijft volhouden dat het voelt dat er iets of aanwezig is, die er niet hoort. Door witte salie aan te steken, en daarmee langs alle hoeken, gaten en kieren in huis te gaan, jaag je zeker alle negatieve energie weg. Dooft de salie als je bezig bent met reinigen? Steek hem dan vooral opnieuw aan, net zo lang totdat de salie stevig door blijft branden. Het is een teken dat de negatieve energie zich niet zomaar wil laten verdrijven.

Een tijdje geleden heb ik bij een cliëntje thuis het huis gereinigd met witte salie. Samen hebben we er een mooi ritueel omheen gemaakt. Het schild, wat we eerder in de coaching al gemaakt hadden, viel volgens het meisje ’s nachts steeds spontaan van haar deur op de grond, waardoor ze zich alsnog niet veilig voelde, en wakker lag. Het was opvallend, dat de salie voortdurend doofde onderaan het trapgat naar zolder, vlak voor de kamerdeur van het meisje. Pas na 4 x opnieuw aansteken, werd het rustig. Dit was de bevestiging die het meisje nodig had, dat ze niet steeds eng had gedroomd, maar dat er een reden was waarom het schild haar onvoldoende beschermde. De energie was erg hardnekkig!

Of ik daarmee nu in geesten geloof? Ik weet het niet. Wat ik wel weet, is dat energie ongrijpbaar is, en een grote invloed uit kan oefenen op ons leven. Hooggevoelige kinderen én volwassenen zuigen de energie om hen heen vaak ongemerkt op als een spons, ongeacht of deze nu positief of negatief is. Negatieve energie kan tot grote verstoringen leiden, die, als ze niet tijdig wordt herkend, verder kan gaan dan alleen slaapstoornissen.

Door te blijven bij wat er is, en de gevoelens en behoeften van je kind serieus te nemen, krijgt negatieve energie in elk geval minder kans.

Wil jij meer tips rondom het slapengaan van je kind, of andere terreinen waarop jouw hooggevoelige kind moeilijkheden ervaart? In mijn nieuwe videocursus “De 6 sleutels naar meer geluk en verbinding met jouw hooggevoelige kind” neem ik je mee in tal van tips, oefeningen en wetenswaardigheden die jou en je kind gaan helpen om optimaal in balans te blijven. Meer weten? Kijk op de site!

Gezellig samen aan tafel

Je had het je allemaal anders voorgesteld, toen  je kinderen kreeg. Waar het avondeten eerst het rustmoment van de dag was, met alle ruimte om samen met je partner de dag door te nemen, is het nu vaak een moment  van stress, discussies over het leegeten van je bord, en boze gezichten omdat je kookkunsten niet in de smaak vallen bij je kinderen. Je verlangt ernaar om, al is het maar één keer per week, te kunnen voldoen aan de idyllische taferelen die je vaak in tijdschriften ziet.

Het begint vaak al als je staat te koken. Je wilt echt even opschieten, want de kinderen hebben trek, en je partner komt bijna thuis. Misschien staan er na het avondeten nog sportafspraken gepland, waardoor het extra belangrijk is dat het eten om klokslag zes uur op tafel staat. En juist dat moment grijpen je kinderen aan om voortdurend je aandacht op te eisen. En als jij zegt dat je nu echt even moet koken, en geen tijd hebt, is het huilen geblazen. De verleiding is dan groot om toch even bij je kind te gaan zitten om samen te puzzelen of een spelletje te doen, maar dan loopt je planning in het honderd. Herkenbaar?

Dit artikel staat barstensvol tips, hoe je op tijd het eten op tafel krijgt, én hoe je het gezellig houdt aan tafel! Lees snel verder.

  • Probeer zoveel mogelijk op dezelfde tijd aan tafel te gaan, en liefst niet te laat. Voor kinderen is het niet fijn om laat te eten. De regel “rust, regelmaat, en reinheid” lijkt soms gedateerd, maar is dat allesbehalve. Hoe vermoeider kinderen zijn, hoe minder ze naar binnen krijgen. Zeg nou zelf, als jij een keer hebt moeten overwerken op je werk, heb je vaak toch ook geen zin meer om nog uitgebreid te dineren? Voor je kinderen is dat niet anders!
  • Maak van het eten een sociale gebeurtenis. Je kind heeft je de hele dag niet gezien, vanwege werk, school, bso of speelafspraken, en wil dus graag iets samen met je doen. Dek samen de tafel, doe samen boodschappen. Je kind kan zo zelf meebeslissen over wat er op het menu komt te staan. Jij wilt zelf toch ook kunnen kiezen waar je zin in hebt die dag? Veel kinderen vinden het leuk om samen te koken, en groente te wassen of te snijden voor je. Als je samen met je kind kookt, zal je kind makkelijker zijn bord leeg eten. Je kind heeft het niet voor niets zelf klaargemaakt. Ook als je even geen zin hebt in koken, kun je er samen een feestje van maken. Picknicken in de tuin of in een hut onder tafel (!) met een pan pasta en stokbrood, spaghetti eten op de Pippi Langkous-manier (met een schaar), of zelf je taco’s vullen met allerlei verschillende ingrediënten die in bakjes op tafel staan. Gebruik je fantasie, en er komt gegarandeerd lol in de keuken.
  • Smaak heeft tijd nodig om zich te ontwikkelen. Jouw kind moet minimaal twaalf keer iets geproefd hebben, voordat hij de smaak op waarde kan schatten. Geef dus niet te snel op, als je kind aangeeft iets niet te lusten, maar laat hem altijd één of twee hapjes proeven. Blijft je kind bepaalde groente weigeren? Denk nog eens terug aan de tijd toen je zelf kind was. Was jij een alleseter, of misschien ook kieskeurig? Smaak verandert door de jaren heen, uiteindelijk komt het altijd goed! Het is leuk om samen met je kinderen een smaaktest te doen. Welk boontje smaakt het lekkerste? Een diepvriesboon, een boon uit een potje, of toch de verse? Verdiep je samen met je kind in wat hij wél wil eten. Je kunt kinderen tot een jaar of twaalf een gezond en gevarieerd eetpatroon aanleren. De eerste jaren zijn heel belangrijk voor hun smaakontwikkeling en latere eetpatroon.
  • Is jouw kind een slechte eter? Bedenk dan dat sommige kinderen meer moeite kunnen hebben met de structuur van eten, dan met de smaak. Zo kan het gebeuren dat jouw kind stukjes tomaat niet wil eten, maar tomatensoep bijvoorbeeld wel. Experimenteer vooral door voedsel in verschillende structuren aan te bieden.  Zo heb ik zelf mijn hele kindertijd geweigerd rauwkost te eten. Sla, rauwe witlofsalade, het was niet aan me besteed. Ik had het geluk dat mijn moeder altijd apart groente voor mij kookte, dus er was altijd een alternatief. Toen ik op kamers ging, at ik in no-time allerlei salades, tot verbazing van mijn moeder. Ik had ontdekt dat niet de groente zelf, maar de slasaus waarmee de salades thuis werden overgoten, onacceptabel was voor me. Die kreeg ik op geen enkele manier weg. Durf dus te variëren met bereidingswijzen! Extra tip: maak eens groentekoekjes. Met een knapperig korstje, en in de vorm van een koekje smaakt alles lekkerder.
  • Probeer je kind niet teveel om te kopen om te eten. “Alleen als je je bord leeg eet, mag je een toetje”, klinkt misschien goed, maar is feitelijk een chantagemiddel. Je komt er niet achter waarom jouw kind vanavond geen zin heeft in eten. Misschien heeft hij wel buikpijn, en daarom niet zo’n trek. Vraag dus altijd naar de reden van het niet willen eten.
  • Eet jouw kind een keer echt niks als jullie samen aan tafel zitten? Maak je niet te snel zorgen. Veel kinderen weten heel goed wat ze per dag nodig hebben. Misschien eet jouw kind door de dag heen wel grote hoeveelheden fruit, en krijgt hij zo toch alle voedingsstoffen binnen die hij nodig heeft. Als je zorgt dat je voldoende gezond aanbod in huis hebt, komt je kind niet snel iets tekort.
  • Elk kind heeft grenzen nodig. Kinderen in de peuterleeftijd gaan begrijpen dat ze “nee” kunnen zeggen, en daarmee kunnen experimenteren. Wees duidelijk naar je kind, als je het idee hebt dat jouw kind je aan het uittesten is. En duidelijk zijn kan écht met inachtneming van alle andere tips!
  • De tijd van diepgaande gesprekken aan tafel is dan misschien voorbij; je kunt wel afspreken dat iedereen aan tafel aan de beurt komt om iets te vertellen. Hou daarbij een vaste volgorde aan. Systemisch gezien is het goed om de oudste eerst het woord te geven, en dan de andere tafelgenoten in aflopende volgorde van leeftijd. Zo leert iedereen van jongs af aan op zijn beurt te wachten, en komt toch iedereen aan de beurt. Ook de plek die de kinderen innemen aan tafel kan bepalend zijn of er rust is of niet. De ideale opstelling is: de ouders zitten naast elkaar, vader met moeder aan zijn linkerhand. Daar tegenover komen de kinderen in volgorde van leeftijd, met de klok mee. De kinderen krijgen dan een plek aan tafel die past bij hun plek in het gezin.
  • Zorg voor afleiding. Hoe meer nadruk er ligt op het leegeten van je bord, hoe ongezelliger het wordt. Kun je wel wat inspiratie gebruiken voor fijne en verrassende gesprekken aan tafel? Kijk dan eens naar mijn placemat met gespreksstarters, die gratis te downloaden is als je je inschrijft voor de nieuws- en inspiratiemail van De Waterspiegel!Liever geen printversie, maar een echte placemat? Ook dat kan! De gelamineerde water- en vuilafstotende placemats zijn bovendien in full-color uitgevoerd, en worden geleverd met een handleiding vol tips en tops, om nog meer plezier te beleven met de gespreksstarter! Een set van 2 stuks kost €8,50, een set van 4 stuks €15,00 excl. verzendkosten.
  • Wil je de luxe-versie hebben? Stuur dan even een mailtje met je gegevens naar info@kindercoachingdewaterspiegel.nl, en ik stuur ze naar je toe!

Trauma herkennen bij je kind

trauma bij tieners

Zijn hand is klam, nat zelfs, als hij hem aarzelend naar me uitsteekt. Hij durft me nauwelijks aan te kijken. “Jammer dat ik vandaag een jurkje draag  zonder panty”, bedenk ik me. Zo kan ik de natte hand niet snel en ongezien aan mijn broek afvegen. Met ferme pas loop ik voor hem uit naar de spreekkamer. Als ik me omdraai, om te kijken waarom hij aarzelt, zie ik dat hij door zijn begeleiders zachtjes naar voren wordt geduwd. “Ik bijt toch niet?” Deze jongen is óf ontzettend verlegen en timide, óf hij meent ergens ontzettend bang voor te zijn.

Als hij plaats heeft genomen tegenover me, en ik het woord wil nemen, zie ik dat hij graag iets wil zeggen. Intussen kleuren zijn om de stoelleuning gebalde vuisten bijna paars, omdat hij zo hard erin knijpt. Voorovergebogen hakkelt hij: “Ik ben erg zenuwachtig mevrouw. En als ik zenuwachtig ben, doe ik soms gekke dingen, zoals ineens gaan lachen. Ik wil niet dat u het idee heeft dat ik u uit zit te lachen, mevrouw. Ik vind het alleen maar spannend!”. De woordenstroom stopt net zo abrupt als dat hij op gang is gekomen.

Tijd voor een complimentje. Wat ontzettend knap dat een jongen die me nauwelijks aan durft te kijken uit angst voor wat ik in zijn ogen zou kunnen lezen, wél zegt dat ik zijn reacties vooral niet verkeerd moet interpreteren. Zijn bedoelingen zijn immers goed. Sterker nog, door zijn ontwapende bekentenis ben ik ervan overtuigd dat er geen greintje kwaad in deze jongen schuilt.

En toch zit deze jongen nu tegenover me, en moet ik hem gaan onderhouden over iets waarvan hij wordt verdacht. Een strafbaar feit, wat voor een leeftijdsgenootje  zeer vervelende gevolgen heeft gehad. Het bewijs tegen de jongen is niet sterk, maar hij heeft de schijn tegen. Een paar maanden eerder heeft hij zich immers schuldig gemaakt aan een soortgelijk strafbaar feit. Toen is afgezien van vervolging, omdat hij helemaal de weg kwijt was door medicatie die hij slikte tegen een angststoornis, en hetgeen hij had gedaan hem niet kon worden aangerekend. In plaats van rustiger, werd hij extreem agressief van de medicatie. Zo agressief, dat hij zelfs een maand gesloten uit huis werd geplaatst. Alleen, in een zwaar beveiligde jeugdinrichting, verward, en totaal ontheemd. Zijn angsten werden er niet minder, eerder erger. Zo erg zelfs, dat hij moest kiezen tussen opname op een psychiatrische afdeling, of rigoreus stoppen met de medicatie.

Even, heel even zie ik een glinstering in zijn ogen, als hij vertelt dat het naar omstandigheden beter met hem gaat dan ooit. Zonder medicatie weet hij zijn angsten onder ogen te zien, en is hij stapje voor stapje zijn leven weer op aan het bouwen. Het zal vast nog lang duren voordat hij zijn angsten de baas is, maar ze aan durven kijken is al een grote stap. Hij zou het fragiele evenwicht wat er langzaam begint te komen, nooit willens en wetens op het spel zetten voor een onbezonnen actie. Een actie waarvan hij bovendien weet dat hij er anderen angst mee aanjaagt. Hij weet als geen ander hoe allesomvattend angst kan zijn. Het is voelbaar, in het kleine, veel te kleine kamertje waar ik dit soort gesprekken voer.

Een paar maanden geleden heb ik mijn innig geliefde zwarte kater in moeten laten slapen, vanwege een lekkende hartklep. Toen ik hem ophaalde uit het asiel, wist ik dat hij een slechte start had gehad in zijn leven. Amper 1 jaar oud, en gedumpt in een vuilcontainer. Hoewel wij samen meteen dikke vrienden waren, kon zijn stemming ineens omslaan, als er een man te dicht bij hem in de buurt kwam. Zijn angst kon je dan zelfs ruiken. Een zure, penetrante lucht, niet te vergelijken met welke andere geur dan ook.

De jongen tegenover me scheidt geen vreemde geuren af, gelukkig voor hem. Hij voelt zich nu al  onmiskenbaar ongelukkig voelt met de situatie. Als ik aan zijn begeleiders vraag (zijn ouders zijn al lange tijd niet meer in beeld), wat er de laatste tijd allemaal veranderd is, klinken ze trots. Amper twee maanden geleden zat hij nog gesloten geplaatst, en nu doet hij weer mee in de maatschappij, ook al moet hij zich daar elke dag tot het uiterste voor inspannen.

Op dit moment, in dit gesprek, is het niet mij, om er iets van te vinden, maar ik vind er van alles van!

Een jongen, die volop in het leven zou moeten staan, naar school zou moeten gaan, en met vrienden na schooltijd op avontuur zou moeten gaan, is blij als hij per dag een kwartier naar buiten kan, zonder totaal in paniek te raken. Een jongen, met prachtige bruine ogen, een jongen die ongetwijfeld indruk zou kunnen maken op de meisjes. Een jongen wiens ogen alleen maar wijd opengesperd kunnen staren, als een hert wat verblind is door de koplampen van een auto.

Een jongen, die ongetwijfeld net als mijn lieve kater, een ontzettend slechte start heeft gehad in zijn leven. Een jongen, die medicatie krijgt, om zijn symptomen te onderdrukken, in plaats van dat er gekeken wordt naar wat ervoor zorgt, dat hij de wereld niet met plezier en vertrouwen tegemoet kan treden. Een jongen die sterk genoeg is om te beseffen dat de medicatie ervoor zorgt dat hij nog verder van zijn gevoel wegdrijft, en daarom besluit te stoppen daarmee. Maar ook een jongen, die niet weet hoe hij nu verder moet. Een jongen die wel vooruit wil, maar voortdurend zijn voet op het rempedaal gedrukt heeft. Een jongen die overleeft, in plaats van leeft.

En weer overheerst het gevoel dat ik aan de verkeerde kant van de tafel zit. Ik zou aan de andere kant moeten zitten. Daar waar ik voel, dat ik zoveel kan betekenen voor deze jongen. Hij hoeft alleen maar mijn uitgestoken hand te pakken. De hand waaraan ik hem mee wil nemen, om niet langer aan symptoombestrijding te doen, maar de oorzaak, de bron van zijn angsten te elimineren. Omdat ik weet dat het kan. Omdat ik deze jongen een leven gun.

Maar nu, nu zit ik nog even aan de andere kant. De kant waaraan ik een oordeel dien te vellen over waarvan hij wordt verdacht. Juridisch gezien is er voldoende wettig bewijs. Gelukkig is er ook nog zoiets als overtuigend bewijs. En omdat zijn angst zo voelbaar is, ben ik totaal niet overtuigd dat deze jongen zich schuldig heeft gemaakt aan welk strafbaar feit dan ook.

Mijn mededeling dat hij niet verder vervolgd zal worden, en dus ook geen straf krijgt, lijkt nauwelijks iets te veranderen aan zijn gemoedstoestand. Wel bedankt hij me, nog steeds voorovergebogen, uitvoerig. Zijn “dank u wel, mevrouw” echoot nog na in mijn oren. “Dank u wel, dat u verder durft te kijken dan naar de feiten, dat u me gelooft, mevrouw”.

En ik realiseer me, dat mijn geloof veel verder strekt dan het geloof in zijn verhaal. Ik geloof, dat deze jongen een normaal leven zou kunnen leiden, net zoals andere tieners. Zijn rugzak vol herinneringen kan ik niet wegnemen, maar wat zou ik graag ervoor zorgen dat er minder ballast in die rugzak zit. Ballast die hem klein en teruggetrokken houdt, die ervoor zorgt dat hij voortdurend op de vlucht is, voor zichzelf en zijn gevoelens.

Ik geloof dat hulpverleners zoveel effectiever zou kunnen werken, als ze kinderen, jongeren en volwassenen werkelijk zouden ZIEN, in plaats van te blijven steken in symptoombestrijding. Met EMDR, een wereldwijd erkende methode voor traumaverwerking, kun je al snel tot de kern komen, en de bron van veel problemen minimaliseren. Door de ontmoeting met deze bijzondere jongen realiseer ik me eens temeer dat er nog een wereld te winnen valt in het (h)erkennen van trauma en de behandeling daarvan. Deze jongen heeft mij (wederom) laten zien, dat trauma zichtbaar is, en voelbaar geheeld wil worden.

Ben jij of ken jij iemand die geremd is om het leven voluit te omarmen, een kind of volwassene? Het zou zomaar kunnen dat er iets groots in de weg staat, dat schreeuwt om te mogen worden opgeruimd. Ik help je daarbij graag!

De kracht van aanraking

knuffelen en aanraken

Toen ik vorig jaar voor het eerst voet zette over de drempel van de yogastudio die ik nu wekelijks bezoek, vond ik het in het begin vooral vreemd. Met yoga was ik al jaren bekend, en de vormen van yoga die in deze studio werden gegeven, spraken me ontzettend aan. Dat iedereen zo knuffelig en lichamelijk met elkaar was, was iets waar ik erg aan moest wennen. Waarom viel bijna iedereen elkaar na de les om de nek, en stonden de yogateachers ook voor de les me al met gespreide armen op te wachten? Ik ging toch niet zomaar “vreemden” knuffelen? Waarom zou ik überhaupt zomaar willen knuffelen? Allemaal gedachten en ideeën die ik gelukkig los heb kunnen laten. De onderlinge verbondenheid, en het niet terugschrikken voor aanraking, zorgt er juist mede voor, dat ik de yogastudio nu echt als een veilige haven ervaar, waar alles goed is.

Voor volwassenen is het  helemaal niet zo vanzelfsprekend om elkaar vaak aan te raken. Veel verder dan een formele handdruk, zonder emotie, komen we vaak niet. En het zijn nu juist de liefdevolle, gemeende aanrakingen die zo ontzettend krachtig zijn. Waarom dat is, en hoe ze jouw hooggevoelige kind kunnen helpen, lees je hier!

Ontspanning is éen van de 6 sleutels tot meer geluk en verbinding met jouw hooggevoelige kind. En hoe kun je je kind beter laten ontspannen dan door aanraking, knuffelen of massage? Volwassenen boeken regelmatig een massage, als ze een dagje naar de sauna gaan, of gewoon tussendoor. Hoewel het voor sommigen ongemakkelijk kan voelen om zich te laten aanraken door een “vreemde”, volgt  onvermijdelijk  een stuk ontspanning. Kinderen hebben dat nog veel meer dan volwassenen; zij hebben vaak letterlijk “huidhonger”.

Aanraken is van levensbelang

Sinds de jaren twintig van de vorige eeuw is bekend, dat baby’s die niet worden aangeraakt, ernstige risico’s lopen. Voeding alleen is niet voldoende, maar aanraking is van levensbelang. In weeshuizen was in het begin van de vorige eeuw sprake van hoge babysterfte, hoewel de kinderen voldoende te eten kregen en de instellingen voldeden aan hygiënische normen. Maar de angst voor besmettelijke ziekten, leidde ertoe dat de kinderen zelden werden aangeraakt of opgepakt. Deze werkwijze is nog  tot ver in de vorige eeuw gehanteerd op de ziekenhuisverzorging van te vroeg geboren baby’s. Niet alleen infectiegevaar speelde daarbij een rol, maar ook was men bang dat een kind hierdoor opgewonden raakte, en zijn hartje en onderontwikkelde longen teveel zouden worden belast. Gelukkig is men de laatste jaren wel doordrongen van het feit dat de overlevingskansen van te vroeg baby’s veel hoger zijn, als zij mogen genieten van huid-op-huidcontact bij hun ouders.

De laatste jaren zijn er veel onderzoeken gedaan, die verrassende resultaten laten zien, als het gaat om de kracht van aanraking. Een onderzoek van het Touch Institute in Miami laat zien dat te vroeg geboren kinderen die gedurende tien dagen drie keer per dag gemasseerd werden maar liefst 47% harder groeiden dan een vergelijkbare groep niet-gemasseerde baby’s. Ze konden daardoor gemiddeld zes dagen eerder het ziekenhuis verlaten dan de andere kindjes. Hun gedrag bleek meer gericht, en de baby’s reageerden alerter op hun omgeving dan de controlegroep. Juist omdat de verzorgers makkelijker contact kregen met hun baby, werden zij geprikkeld meer met de kinderen te spelen, een echt sneeuwbaleffect!

Maar de kracht van aanraking gaat verder. Een ander onderzoek naar regelmatig gemasseerde peuters leert dat deze kinderen intensiever spelen en beter slapen. Ze gedragen zich beter, en kunnen beter slapen. Steeds meer bedrijven stellen hun werknemers in staat een stoelmassage te ondergaan, omdat de werknemers daar bewezen productiever van worden.

Hoe werkt het?

Onze huid is ons grootste zintuig: we hebben er gemiddeld maar liefst 1,6 vierkante meter van, boordevol kleine sensoren die stuk voor stuk gespecialiseerd zijn in het ontvangen van verschillende signalen van buitenaf: kou, warmte, pijn, druk en tast. Het is het eerste zintuig wat zich ontwikkelt bij foetussen, en het is het zintuig wat het langst actief blijft. Zintuigen als zicht, gehoor en reuk zijn vaak veel eerder aan achteruitgang onderhevig, dan de huid. Ook al ben je op een gegeven moment oud en rimpelig, je tastzin blijft actief.

In je huid zitten receptoren, die wanneer ze geprikkeld worden, een signaal aan de hersenen geven, die op hun beurt oxytoxine produceren. Oxytoxine wordt ook wel het “knuffelhormoon” genoemd. Het stelt je in staat om je met de ander te kunnen verbinden. Ook stimuleert het het vermogen tot verzorgen in je. Het is dus niet voor niets dat tijdens en na de bevalling oxytoxine in hoge concentraties wordt aangemaakt in het moederbrein. Het zorgt er voor dat ze hun baby’s voortdurend willen knuffelen en verzorgen, en dat is nu net wat kinderen zo hard nodig hebben! Ook wordt door liefdevolle aanrakingen het stresshormoon adrenaline teruggedrongen. Een baby die hard aan het huilen is, zal bijna altijd ontspannen, onder de liefdevolle aanraking van zijn moeder. Het stressniveau daalt meteen! Aanrakingen geven ook een gevoel van veiligheid. De wetenschap dat er iemand bij je is, geeft een beschermd gevoel tegen mogelijke aanvallen van buitenaf.

Omdat aanraking ontspant, kunnen ook kinderen met aandachtsstoornissen zoals ADD, ADHD of autisme er baat bij hebben. Aanraken zorgt namelijk voor een rustige alerte toestand in het brein waardoor je beter kunt leren. Op scholen waar kinderen elkaar onderling mogen masseren, komt veel minder pestgedrag voor, simpelweg omdat het een ongeschreven regel is, dat als je elkaar masseert, je elkaar niet slaat, en liefdevol en respectvol met elkaar omgaat. In Zweden is onderlinge kindermassage daarom dagelijkse kost op veel scholen.

In de kinderyogalessen die ik wekelijks verzorg, is de onderlinge massage zelfs het meest favoriete onderdeel. Sla ik dat onbewust een keer over, dan word ik daar altijd wel aan herinnerd door één van mijn leerlingen. Of zoals een meisje het laatst zo mooi omschreef: “Ik kom niet alleen graag naar kinder yoga omdat het leuk is, we gekke dingen mogen doen, en het ontspant, maar ook omdat ik me altijd zo verbonden met en geliefd voel binnen de groep!”

Een gevoeliger zenuwstelsel

Hooggevoelige kinderen en volwassenen hebben een gevoeliger zenuwstelsel, waardoor zij prikkels van buitenaf via hun zintuigen veel intenser ervaren. Deze prikkels komen ongefilterd binnen bij hooggevoelige personen. Niemand kan onbeperkt prikkels blijven ontvangen, omdat het werkgeheugen, waarin deze worden opgeslagen, op een gegeven moment gewoon vol zit. Als het werkgeheugen letterlijk overloopt (kinderen zeggen dan vaak: “mijn hoofd zit zo vol”), maakt het lichaam stresshormonen aan, cortisol en adrenaline, die via het ruggemerg naar de bijnieren worden gestuurd. Langdurige blootstelling aan een verhoogde dosering stresshormonen, kan allerlei klachten veroorzaken, zowel lichamelijk als psychisch. Als je kind een boze bui heeft, driftig is, of huilt, is er dus geen betere manier om je kind te kalmeren, en daarmee zijn stressniveau te laten zakken, dan hem eens flink te knuffelen! Blokkades worden daarmee als vanzelf opgeheven.

Hooggevoelige kinderen zijn bovendien voortdurend op zoek naar verbinding. Na het lezen van bovenstaande tekst, zal je het met me eens zijn, dat aanraken, knuffelen, masseren en stoeien ideale manieren zijn om de verbinding tussen jou en je kind te stimuleren.

Mijn kind wil niet aangeraakt worden, en nu?

Baby’s en jonge kinderen vragen vaak zelf actief om aangeraakt te worden. Ze reiken naar je uit, of klimmen op schoot. En wie vindt het nu niet leuk om met een klein hummeltje te knuffelen? Zodra kinderen ouder worden, is aanraking minder vanzelfsprekend, terwijl de voordelen hetzelfde blijven. Erger je je soms aan de tijd die jouw tiener onder de douche en in de badkamer doorbrengt? Aanraking is voor oudere kinderen minder vanzelfsprekend. Ze zitten in een fase waarin het voor hen belangrijk is om zich los te kunnen maken van hun ouders. Om een knuffel vragen is bovendien niet “stoer”. Maar de lichamelijke behoefte om aangeraakt te worden, verandert niet! Douchen, of in de vakantie urenlang liggen bakken in de zon, geeft een surrogaatgevoel voor aanraking. Wil je je hoge waterrekening terugdringen en ’s ochtends niet meer hoeven te dringen voor de badkamerdeur? Geef je tiener dan eens wat vaker ongevraagd een dikke knuffel!

Ook kan het gebeuren, dat het zenuwstelsel van je kind al overprikkeld is, waardoor een aanraking of omhelzing als te intens kan worden ervaren. Vooral wanneer jouw kind erg gevoelig is op tastzin, zal je kind liever zoveel mogelijk ruimte om zich heen willen ervaren, en niet begrensd willen worden door jouw armen. Voor veel ouders van hooggevoelige kinderen zal het herkenbaar zijn als een kind klaagt over labeltjes in kleding, die kriebelen, of sokken met naadjes die knellen. Dit zijn de kinderen die al snel overgevoelig reageren op aanraking.

Laat je hen dan met rust? Natuurlijk niet. Ook een simpele aai over de bol, kietelen of stoeien kunnen fijne manieren zijn om de lichamelijke verbinding met je kind te behouden, zonder dat deze meteen heel intens zijn voor je kind. En jij kent je kind zelf tenslotte het beste, dus voel vooral wat het beste bij je kind past.

Het knuffelen met huisdieren heeft overigens dezelfde effecten als lichamelijke aanrakingen. Omdat hooggevoelige kinderen vaak zelf de mate van intensiteit kunnen bepalen (tenzij je een overenthousiaste pup hebt) als ze knuffelen met een harig vriendje, kunnen ze daar soms zelfs wel de voorkeur aan geven boven een omhelzing met hun ouders.

Inspiratie nodig om op een speelse manier meer lichamelijk verbonden te zijn met je kids? Dan is het boekje “Relaxklets” van Florien van der Aa en Michal Janssen een absolute aanrader. Naast allerlei rustgevende oefeningen die je met je kind samen kunt doen, staan er allerlei grappige gesprekssuggesties in.

Aanraking is slechts één onderdeel van hoe je kunt ontspannen met jouw hooggevoelige kind. Ben je nieuwsgierig naar meer tips, of wil je info over de overige 5 sleutels tot meer geluk en verbinding met jouw hooggevoelige kind? Dan zou de cursus “De 6 sleutels naar meer geluk en verbinding met jouw hooggevoelige kind” interessant kunnen zijn voor je. Als je je inschrijft voor de nieuws- en inspiratiemail stuur ik je meer informatie!

Een boze tiener of een eenzame?

eenzame tiener

Hij gaat tegenover me zitten en zakt meteen onderuit, zijn pet ver over zijn donkergrijze ogen getrokken, waardoor maar een klein deel van zijn gezicht zichtbaar voor me is. Als hij ziet dat mijn blik naar de littekens op zijn armen glijdt, trekt hij met een snel gebaar zijn mouwen naar beneden. “Zo, ik ga jou lekker niks van mezelf laten zien, waarvan ik niet wil dat je dat ziet”, hoor ik hem bijna denken.

De sfeer in het kleine, te kleine kamertje voelt benauwend sinds zijn ouders ieder in een hoek van de kamer hebben plaatsgenomen. Van elkaar afgewend, maar omdat hun zoon er tussen zit, ook afgewend van de jongen die tegenover me zich zo klein en onzichtbaar mogelijk probeert te maken. Het verdriet, de boosheid én de onmacht zijn voelbaar, bij hem, maar zeker ook bij zijn ouders. Het liefst zou ik één van de ouders vragen te wachten in de wachtkamer, om deze klamme stemming te doorbreken, maar hoe dan? Welke ouder heeft het meeste recht zijn kind bij te staan in dit gesprek? Juridisch gezien hebben ouders met gezag beiden evenveel recht daartoe. Ik wil de jongen zelf ook niet laten kiezen, en eerlijk gezegd vraag ik me af, of deze ouders sowieso niet teveel opgaan in hun eigen emoties, om überhaupt oog te hebben voor wat hun zoon nu van hen nodig heeft.

Maar hoe ga ik in hemelsnaam een positieve draai aan een gesprek geven, waarin ik deze jongen moet gaan onderhouden over het feit dat hij spijbelt van school, en zijn schoolresultaten achterblijven bij zijn capaciteiten? Wie ben ik om daar iets van te vinden? Zelf weet ik maar al te goed hoe lastig het is om je focus te blijven houden op de dingen die écht belangrijk zijn, die je vooruit kunnen helpen in het leven, als je niet lekker in je vel zit. Iedere inspanning lijkt dan al snel teveel, en motivatie is vaak ver te zoeken. Wie ben ik om te oordelen? Oordelen doe ik sowieso niet meer, al een paar jaar niet meer.  Mijn werkgever wil echter wel dat ik iets vind van het feit dat de leerplichtambtenaar een procesverbaal heeft opgemaakt voor deze jongen. Schoolverzuim is één van de beste voorspellers van een aanloop naar een criminele carrière, en moet daarom worden aangepakt. Een eerdere interventie via Bureau Halt heeft niet geleid tot vermindering van het schoolverzuim, daarom zou een taakstraf nu een logisch vervolg zijn. Logisch??

“Begin nou maar gewoon met wat je te zeggen hebt”, bromt hij nors, “dan kunnen we hier allemaal zo snel mogelijk weer weg! Je zal vast een standaardverhaaltje hebben voorbereid,  iets wat je tegen alle jongeren die hier komen vertelt, dus schiet maar op, dan hebben we dat ook weer gehad. Je moet echt niet denken dat je belangrijk bent ofzo!”

Een aantal jaar geleden zou ik me hierdoor aangevallen hebben gevoeld, een tiener die verdacht wordt van een strafbaar feit, die mij aanspoort voort te maken? Op zijn minst zou ik de jongen hebben voorgehouden dat hij me met “u” aan diende te spreken, zoals dat hoort, als je op gesprek moet komen bij het Openbaar Ministerie.

Vandaag niet, vandaag zie en hoor ik de vraag en de behoefte achter het onbeleefde en ongeduldige gedrag van deze jongen. Een jongen die gevangen zit tussen zijn strijdende ouders. Ouders, die zo weinig mogelijk meer met elkaar te maken willen hebben. Ouders die niet met elkaar op één lijn kunnen komen qua opvoeding, en het niet onder stoelen of banken steken, dat ze dat ook helemaal niet meer willen. Ouders, die alleen samen in deze ruimte zitten, omdat ze zijn opgeroepen door justitie. Ouders die nog zo vol in hun eigen pijn en frustratie zitten over het mislukken van hun huwelijk, dat ze geen oog meer hebben voor hun zoon, die dreigt te verzuipen in zijn eigen verdriet. Het thuis dat hij altijd kende, is niet meer, en verzoening tussen zijn ouders is mijlenver weg.

Ik besluit het gesprek op een andere manier te beginnen dan ik van plan was. Want ja, een beetje gelijk heeft hij wel. Natuurlijk heb ik een standaardriedeltje, daar ontkom je niet aan bij dit soort gesprekken. Ik glimlach naar hem, en zeg dat hij een intelligente jongen is. Slim om te bedenken dat een gesprek over schoolverzuim binnen 5 minuten zou kunnen zijn afgerond. Maar heeft hij er dan ook aan gedacht dat hij dan met een taakstraf naar buiten loopt, een schop na? Zou hij dat eerlijk vinden? Nu raak ik een gevoelige snaar, wat natuurlijk stiekem mijn bedoeling was.

“Natuurlijk is dat niet eerlijk, de wereld is gewoon niet eerlijk”, roept hij naar me, terwijl hij verontwaardigd recht overeind op zijn stoel gaat zitten. “Fijn”, denk ik, “nu kan ik eindelijk zien wie ik tegenover me heb.” “Niemand lijkt zich te interesseren voor hoe ik me voel en hoe het met mij gaat, iedereen is alleen maar met zichzelf bezig, en met alle regeltjes die ik, ondanks alles gewoon moet naleven! Op school krijg ik alleen maar te horen dat mijn motivatie zo slecht is, en dat er veel meer in me zit, maar dat ik te lui ben om dat te laten zien. De waarom-vraag, die wordt niet gesteld!! En als ik dan thuiskom met een rapport vol slechte punten, dan roept m’n pa alleen maar dat ik net zo’n slappeling ben als m’n ma, met een totaal gebrek aan discipline. Denk je dat ik daar harder van ga werken? En op het moment dat ik het gesprek aan wil gaan met m’n moeder, omdat ik best wel baal van het feit dat het op school steeds slechter gaat, zegt zij, dat ik geen ruggengraat heb, net zoals pa. Je kunt me blijven straffen, maar ruggengraat of discipline krijg ik daar niet van..”, foetert hij.

Zijn vader en moeder kijken elkaar nog steeds niet aan, maar draaien steeds verder van elkaar weg in de bedompte ruimte. “Zo”, zucht ik, “lucht dat op?” “Nee, niet echt, nou ja, een beetje”, haspelt hij ongemakkelijk. Ineens lijkt hij zich te beseffen dat hij zijn stoere, ongenaakbare masker wel heel snel heeft laten vallen.

Omdat ik de emotie op de gezichten van zijn ouders moeilijker kan peilen, besluit ik me tot hen te wenden. “Wat zou er volgens u met uw zoon moeten gebeuren?”, vraag ik hen beurtelings. Hun antwoord blijft ergens in de ruimte zweven.

“Ik zal zeggen wat ik vind dat er met deze zaak moet gebeuren”, doorbreek ik de ongemakkelijke stilte. “Uw zoon heeft mij zojuist laten zien, dat hij precies weet wat hij nodig heeft om zijn leven weer een positieve draai te kunnen geven. Dat zelfinzicht is vele malen belangrijker dan welke straf of interventie dan ook. Daarom wil ik volstaan met een waarschuwing, zodat hij zich vanaf nu op het bouwen van een positieve toekomst kan gaan richten. Maar dat kan hij niet alleen, daar heeft hij jullie hulp bij nodig. Jullie eigen frustraties en irritaties over elkaar mogen niet langer de boventoon voeren, want jullie zoon heeft liefdevolle aandacht én begrenzing nodig. Die kunnen jullie alleen geven als jullie in gaan zien, dat jullie nog steeds deel uitmaken van een gezinssysteem, en op deze manier altijd met elkaar verbonden zullen zijn, vanwege jullie zoon. Het verbreken van jullie relatie staat los van jullie band als ouders. Het is belangrijk dat jullie zoon die band weer mag gaan voelen.”

Voor het eerst in dit gesprek kijken ouders me aan. Grote ogen, verwonderd, maar ik bespeur ook een lichte irritatie. Wie ben ik immers om iets van hun ouderschap te vinden? Ik werk toch alleen maar voor het Openbaar Ministerie, en alleen hun zoon had toch iets misdaan? Beste ouders, mijn blik reikt verder dan die van het OM, mijn blik ziet, dat jullie, school, én het systeem te weinig oog hebben gehad voor de vraag en de behoefte achter het ongewenste gedrag van jullie zoon. Het (h)erkennen van die vragen en behoeftes is zoveel belangrijker dan het handhaven van welke regel dan ook.

Het is mij niet toegestaan in dit gesprek aan ouders een leerstraf op te leggen, zoals ik dat bij jongeren wel kan doen. De ouders zijn immers geen verdachten. Ik kan hen alleen adviseren professionele hulp te zoeken bij de verwerking van hun emoties, en dat doe ik dan ook. Controle uitoefenen of ze mijn adviezen ter harte nemen, kan ik niet. Het is jammer, dat ik waarschijnlijk nooit zal horen, hoe het verder gaat met deze jongen en zijn ouders. Ik kan alleen maar hopen dat mijn woorden verschil hebben gemaakt.

Deze blog is geheel gebaseerd op een fictieve casus. Toch spreek ik wekelijks jongeren én hun ouders, die in vergelijkbare situaties verkeren. Ook de reacties van jongeren en ouders, zoals hierboven beschreven, zijn me niet vreemd. Mijn ervaringen bij het OM maken, dat ik niet anders kan, dan kinderen, jongeren én hun ouders coachen, simpelweg omdat het zó hard nodig is.

Het effect van belonen en prijzen op jouw hooggevoelige kind

blij meisje, compliment, belonen, prijzen

Wat betekent het woord “harmonie” voor jou? Als dit woord hoog in jouw lijstje met persoonlijke waarden staat, is de kans groot dat je hooggevoelig bent. In het synoniemenwoordenboek staat harmonie gelijk aan eensgezindheid, overeenstemming, stabiliteit en rust.

Net als voor hooggevoelige volwassenen, is harmonie is ontzettend belangrijk voor hooggevoelige kinderen. Negatieve woorden klinken voor een hooggevoelig kind al snel als een verstoring van harmonie. Wetende dat hooggevoelige kinderen wel varen bij stabiliteit en rust, is het misschien niet zo vreemd, dat zij zichzelf soms wel eens geweld aandoen, om de harmonie te kunnen bewaren.  Als de stemming in de klas of thuis verandert van negatief naar positief, zal een hooggevoelig kind al snel zoeken naar oplossingen, om de stemming weer positief om te buigen, ook als dat een oplossing is, waar het kind zelf niet bij gebaat is.

Tel daarbij op dat een hooggevoelig kind ontzettend gevoelig is voor positieve aandacht, en kritiek snel opvat als een persoonlijke afwijzing, dan is de neiging om je kind vooral te belonen en te prijzen, erg groot. Kritiek, hoe goedbedoeld ook, wordt door hooggevoelige kinderen vaak ervaren als een waardeoordeel. Hooggevoelige kinderen voelen zich vaak “anders” dan anderen, wat veel onzekerheid met zich mee kan brengen. Als ze dan ook nog het gevoel krijgen dat er over ze geoordeeld wordt, dan kan het erg moeilijk zijn om negatieve opmerkingen en gedachten los te laten.

In mijn praktijk zie ik vaak kinderen, die ’s avonds niet in slaap kunnen komen, omdat vooral de minder leuke dingen die ze hebben meegemaakt, in hun hoofd blijven rondspoken, ook al het merendeel van de dag juist ontzettend fijn is verlopen. Soms lijkt het misschien wat overdreven, dat je kind intens teleurgesteld is, omdat de juf een opmerking maakte over zijn slechte concentratie tijdens rekenen, terwijl hij een uitstekende taaltoets maakte. Juist de negatieve opmerkingen kunnen ontzettend lang blijven hangen. En dat dat bij heel veel mensen voorkomt, blijkt wel uit het feit dat wetenschappers hebben berekend, dat ruim 70% van onze dagelijkse gedachten negatief is!

En toch, is jouw hooggevoelige kind ook niet gebaat bij veel belonen en prijzen. Tegenstanders van teveel belonen en prijzen geven aan, dat het “het kweken van narcistische kinderen” in de hand werkt. Te veel belonen en prijzen leidt volgens hen tot een opgeblazen zelfbeeld, ijdelheid, materialisme en een gebrek aan empathie. Narcistische kinderen leggen claims en overschatten hun vaardigheden. Hier hoef je als ouder van een hooggevoelig kind niet bang voor te zijn, omdat empathie juist één van de kernkwaliteiten is, als je hooggevoelig bent. Narcisme staat haaks op hooggevoeligheid. Maar prijzen en belonen kunnen ook voor een hooggevoelig kind negatieve effecten hebben als je dat als volgt gebruikt:

  • Je manipuleert gedrag: beloon je je kind omdat je het wilt beïnvloeden, of doe je het omdat je kind iets bijzonders heeft gedaan? Beloon je je kind omdat het zijn kamer meteen heeft opgeruimd toen je het vroeg, of beloon je je kind omdat het zijn zwemdiploma heeft gehaald? Als je je kind alleen beloont omdat je iets gedaan wilt krijgen, is dit de omgekeerde vorm van straffen, maar het heeft wel hetzelfde resultaat. Je kind zal zich veel tevredener over zichzelf voelen als hij iets gedaan heeft vanuit een intrinsieke motivatie, dan wanneer je hem alleen extrinsiek manipuleert.
  • Je maakt kinderen afhankelijk van belonen en prijzen en werkt faalangst in de hand: onbedoeld kun je de lat voor je kinderen ontzettend hoog leggen, wat juist faalangst in de hand kan werken. Omdat hooggevoelige kinderen zo streven naar de goedkeuring van anderen, zal té veel nadruk leggen op het behaald hebben van een hoog cijfer voor een toets, de drempel voor toekomstige toetsen alleen maar hoger maken: dan moet er immers minstens een even hoog, of hoger cijfer worden gehaald, wil het kind aan jouw goedkeuring kunnen voldoen. En wat te denken van de enthousiaste ouders op het sportveld, die enorm veel talent zien in hun kind? Prachtig natuurlijk, maar jouw kind kan er juist ook onzeker van worden, als het het gevoel krijgt aan bepaalde maatstaven te moeten voldoen.
  • Het ontneemt het plezier van een kind: een kind wat vol overgave een tekening aan het maken is, zit niet te wachten op allerlei lofuitingen, nog voordat de tekening klaar is. Een kind vindt het wel leuk, als je met hem in gesprek gaat, over wat er te zien is op de tekening, omdat je je dan openstelt voor zijn belevingswereld.
  • Het kind verliest interesse, zodra er geen beloning meer volgt. Als jouw kind gewend is, om alleen karweitjes te doen in huis, als daar een beloning tegenover staat, zal het zonder beloning niet meer snel mee willen werken. Maar ook een sport- of knutselactiviteit kan al snel de glans verliezen voor je kind, als er eerder steeds een beloning volgde.
  • Het stimuleert competitie, concurrerend gedrag, terwijl hooggevoelige kinderen dit vaak niet willen. Concurrerend gedrag kan immers de harmonie verstoren! Stickers uitdelen in de klas als beloning voor gewenst gedrag, kan bij hooggevoelige kinderen zelfs ronduit weerstand oproepen. Zij voelen  feilloos stemmingen aan, en voelen dus ook of een ander oprecht zijn best doet, of vooral extrinsiek gemotiveerd is.
  • Belonen leidt de aandacht af van het probleem: als je je bord netjes leeg eet, mag je een snoepje. Maar waarom wil je kind eigenlijk niet eten? Wat is de oorzaak?

Kan of mag je je kind dan helemaal niet belonen of prijzen? Natuurlijk wel. Ieder kind groeit van een positieve benadering, en het kan het zelfvertrouwen en zelfinzicht versterken. Als je maar rekening houdt met de volgende punten:

  • Vermijd waardeoordelen. Dit is meteen de grootste valkuil van iedere ouder, opvoeder en leerkracht. Kinderen houden er niet van als er over hen wordt geoordeeld, of dit nu positief is of negatief. Een goedbedoelde opmerking kan bij een gevoelig kind enorm binnenkomen.

Laatst vertelde een jongetje mij over zijn thuissituatie. Er was van alles aan de hand, waar hij niets aan kon doen, maar waar hij wel flink last van had. Toch gaf hij zichzelf ondanks alles nog een gelukscijfer van een 7-, en daar was hij trots op. Vlak voor ons gesprek was hij ongelukkig gevallen, omdat een andere jongen hem had geduwd. Zijn voet was dik en blauw. Toen ik hem ondersteunde om bij de verbandtrommel te komen, liet ik mezelf ontvallen dat hij wel een pechvogel was. Woedende, maar vooral teleurgestelde blikken vielen mij ten deel. Hoe kon ik dat nu zeggen? Hij had zichzelf net een cijfer van een 7- gegeven, en nu haalde ik hem en zijn cijfer meteen naar beneden door te zeggen dat hij een pechvogel was! Zou ik tegen hem gezegd hebben dat hij pech had, omdat hij ongelukkig was gevallen, dan was dit jongetje vast niet zo boos op mij geworden. Je woordkeuze is dus belangrijk!

Oefen hiermee zoveel je wilt, want het is heel natuurlijk om te denken in oordelen, en het is  best lastig om hiervan los te komen.

  • Maak het persoonlijk. “Wat heb je daar een goede oplossing voor bedacht”, in plaats van “Geweldig gedaan!” Zie je dat de laatste opmerking weer een waardeoordeel, zij het  een positieve bevat?
  • Geef een beschrijving. Bij een tekening of knutselwerkje kun je met het kind in gesprek gaan. Hij zal het geweldig vinden om jou te vertellen hoe de tekening of bouwwerk tot stand is gekomen, en wat het allemaal voorstelt.
  • Benoem het proces. “Ondanks dat je zwemmen onder water door het gat eng vond, ben je blijven oefenen, en heb je doorgezet!”
  • Benoem eigenschappen/deugden van je kind. “Wat fijn dat je me geholpen hebt met het dragen van de boodschappen. Dat was erg behulpzaam.” Of: “Wat goed van je dat je meteen een pleister ging halen toen je zusje was gevallen, dat was erg meelevend van je.”
  • Laat je kind zichzelf complimenten geven. “Wat vind je ervan dat je toch op het klimrek bent geklommen, terwijl je dit eng vond? “ of “Hoe vind je het van jezelf  dat je op je kamer bent gaan schreeuwen toen je boos was, in plaats van je broertje te slaan?” Natuurlijk mag je je kind bevestigen als het iets fijns over zichzelf ontdekt.
  • Ga bij elke opmerking bij jezelf na of het je kind helpt, of juist afhankelijker maakt van jouw goedkeuring. Bijvoorbeeld: “Jij kunt goed samen spelen” in plaats van “Wat fijn dat je een keer geen ruzie hebt gemaakt, toen je broertje met jouw Playmobil wilde spelen”.

Ga jij iets veranderen in de communicatie naar je kind na het lezen van deze blog?

Wil je dat ik met je meedenk over hoe je jouw gevoelige kind het beste kunt complimenteren? Neem contact op!